Heb je recht op een overlevingspensioen als je partner overlijdt en jij nog werkt?
Je partner overlijdt terwijl je zelf nog volop aan het werk bent. Heb je dan recht op een overlevingspensioen? Naargelang je leeftijd krijg je een overlevingspensioen of een tijdelijke overgangsuitkering. De belangrijkste voorwaarde is dat je gehuwd geweest bent met de overledene. Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben geen recht.
Dit artikel gaat ervan uit dat je zelf nog beroepsactief bent en nog geen rustpensioen opnam. Ben je zelf al met pensioen? Lees dan Ik ben met pensioen en mijn partner overlijdt.

Wie heeft recht op een overlevingspensioen?
Je hebt recht op een overlevingspensioen als je gehuwd geweest bent met de overledene en je de minimumleeftijd hebt bereikt. Ben je jonger dan die leeftijd, dan krijg je in de plaats een overgangsuitkering. Deze voorwaarden gelden in de drie stelsels. Wel mag je niet veroordeeld zijn voor een misdrijf tegen je overleden partner.
Je moet gehuwd geweest zijn (minstens één jaar)
Alleen wie gehuwd is of gehuwd geweest is, komt in aanmerking. Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben geen recht op een overlevingspensioen. Het huwelijk moet bovendien minstens één jaar geduurd hebben, om huwelijken in extremis te vermijden. Op die regel bestaan uitzonderingen, onder meer als:
- er een kind is uit het huwelijk of uit de wettelijke samenwoning die eraan voorafging;
- je vóór het huwelijk al wettelijk samenwoonde en de samenwoonst plus het huwelijk samen minstens één jaar duurden;
- er een kind ten laste was waarvoor kinderbijslag werd betaald;
- het overlijden het gevolg is van een ongeval of een beroepsziekte na de huwelijksdatum.
Je moet de minimumleeftijd hebben
Omdat je zelf nog geen rustpensioen ontvangt, moet je een minimumleeftijd hebben bereikt op het moment van overlijden om in aanmerking te komen voor een overlevingspensioen. Die leeftijd hangt af van het jaar waarin je partner overlijdt en stijgt elk jaar met één jaar, tot 55 jaar in 2030.
Jaar van overlijden van je partner | Minimumleeftijd |
|---|---|
2025 | 50 jaar |
2026 | 51 jaar |
2027 | 52 jaar |
2028 | 53 jaar |
2029 | 54 jaar |
2030 | 55 jaar |
Bron: Federale Pensioendienst
Bepalend is jouw leeftijd als langstlevende, niet die van je overleden partner. Heb je de minimumleeftijd nog niet bereikt, dan krijg je een overgangsuitkering.
Te jong voor een overlevingspensioen? Dan krijg je een overgangsuitkering
Heb je de minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor een overlevingspensioen nog niet bereikt, dan krijg je geen overlevingspensioen, maar een tijdelijke overgangsuitkering. Ze vangt de eerste periode na het overlijden financieel op.
Hoe lang je de overgangsuitkering krijgt, hangt af van je gezinssituatie op het moment van overlijden:
Je gezinssituatie bij het overlijden | Duur van de overgangsuitkering |
|---|---|
Geen kind ten laste | 18 maanden |
Enkel kind(eren) ten laste van 13 jaar of ouder | 36 maanden |
Minstens 1 kind ten laste jonger dan 13 jaar | 48 maanden |
Minstens 1 kind ten laste met een handicap (ongeacht de leeftijd) | 48 maanden |
Een kind geboren binnen 300 dagen na het overlijden | 48 maanden |
Een kind dat in het jaar van overlijden 13 jaar wordt, geldt voor het hele jaar als 13-jarige. Bron: Federale Pensioendienst
Onbeperkt te combineren: de overgangsuitkering krijg je bovenop je loon, zonder grens. Ook met een vervangingsinkomen voor ziekte, invaliditeit of werkloosheid mag je ze combineren.
Let op bij je belastingen: omdat men bij de uitkering geen rekening houdt met je andere inkomsten, kan je achteraf bij je belastingaangifte nog moeten bijbetalen.
Huwelijk korter dan één jaar: dan is er geen overgangsuitkering. Was je partner ambtenaar, dan krijg je in dat geval wel een tijdelijk overlevingspensioen van twaalf maanden.
Hoeveel bedraagt het overlevingspensioen?
Er is geen vast bedrag voor iedereen. Het overlevingspensioen wordt berekend op de loopbaan van je overleden partner. De berekening is gelijkaardig voor werknemers en zelfstandigen, maar verschilt voor ambtenaren. Het effectieve bedrag hangt af van de loopbaan en het loon van je partner, de wettelijke plafonds en je gezinssituatie.
Je partner was werknemer of zelfstandige
De berekening verloopt voor beide stelsels op een gelijkaardige manier en is gebaseerd op het pensioen dat je partner al ontving of bij pensionering zou hebben gekregen. Alleen de bevoegde dienst verschilt: voor een zelfstandige berekent het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) je rechten, terwijl de Federale Pensioendienst altijd uitbetaalt. Het basisbedrag hangt af van of je partner al gepensioneerd was:
Je partner was al met pensioen: je overlevingspensioen bedraagt 80% van het rustpensioen van je partner. Ontving je partner een gezinspensioen, dan wordt dat gezinsbedrag als basis genomen; ontving je partner een alleenstaandenpensioen, dan vormt dat de basis.
Je partner werkte nog: het overlevingspensioen wordt berekend op de loopbaan van je partner, volgens dezelfde regels als een rustpensioen maar met een aangepaste loopbaanduur. Het bedrag wordt begrensd tot het rustpensioen dat je partner met een volledige loopbaan zou gekregen hebben.
Valt het berekende bedrag laag uit, dan kan het worden opgetrokken tot een gewaarborgd minimumbedrag, als de loopbaan van je partner aan de voorwaarden voldoet.
Lees meer over het verschil tussen een alleenstaanden- en een gezinspensioen >
Je partner was ambtenaar
Voor ambtenaren geldt een eigen berekening, op basis van het loon en de loopbaan van je overleden partner. Globaal komt het neer op 60% van het gemiddelde loon van de laatste loopbaanjaren, vermenigvuldigd met een coëfficiënt die uitdrukt hoe lang je partner actief was. Daarnaast kent het ambtenarenstelsel enkele eigen regels:
- Wezen: wezen kunnen een overlevingspensioen krijgen als er geen rechthebbende echtgenoot is. Dit bestaat alleen bij ambtenaren.
- Ex-partner: ook een gescheiden ex-partner kan een deel van het overlevingspensioen krijgen, op basis van de huwelijksjaren, op voorwaarde dat hij of zij zelf niet hertrouwd is vóór het overlijden van de ambtenaar.
- Geen gezins- of echtscheidingspensioen: die bestaan niet in het ambtenarenstelsel.
Mag je blijven werken naast je overlevingspensioen?
Ja, maar binnen de grenzen van de toegelaten arbeid. Verdien je meer dan het toegelaten bedrag, dan wordt je overlevingspensioen verminderd of geschorst. Je bent bovendien verplicht je beroepsactiviteit te melden.
De grensbedragen voor toegelaten arbeid worden jaarlijks geïndexeerd en hangen onder meer af van je leeftijd en je gezinssituatie. De actuele bedragen vind je bij de Federale Pensioendienst. Combineer je je overlevingspensioen met een vervangingsinkomen, zoals een werkloosheids- of ziekte-uitkering, dan gelden er beperkingen: het pensioen krijgt voorrang. De overgangsuitkering daarentegen mag je wel onbeperkt met een loon of een uitkering combineren.
Hoe vraag je een overlevingspensioen of overgangsuitkering aan?
Was je partner al gepensioneerd, dan kent de Federale Pensioendienst het overlevingspensioen automatisch toe. Werkte je partner nog, of vraag je een overgangsuitkering, dan dien je zelf een aanvraag in.
Aanvragen doe je via mypension.be, bij je gemeente of via de Pensioenlijn 1765. Dien je binnen de twaalf maanden in, dan krijg je je pensioen met terugwerkende kracht vanaf de maand van overlijden.
Wanneer verlies je je overlevingspensioen of overgangsuitkering?
Je verliest je overlevingspensioen als je hertrouwt. Bij feitelijk of wettelijk samenwonen behoud je het wel.
Ook een veroordeling voor een misdrijf tegen je overleden partner doet het recht vervallen. Loopt een nieuw huwelijk later op een scheiding uit, dan kan het overlevingspensioen heropleven.
En je overgangsuitkering? die is in de eerste plaats tijdelijk en stopt automatisch na haar looptijd. Daarnaast verlies je ze, net als het overlevingspensioen, als je hertrouwt of veroordeeld wordt voor een misdrijf tegen je overleden partner.
Wat brengt de toekomst?
Een aantal maatregelen rond het overlevingspensioen zijn aangekondigd in het regeerakkoord, maar nog niet beslist.
Het gaat onder meer om deze plannen:
- Latere toekenning: een overlevingspensioen pas vanaf de vervroegde pensioenleeftijd, met daaronder een overgangsuitkering.
- Pensioensplit: pensioenrechten verdelen tussen gehuwde of wettelijk samenwonende partners.
- Echtscheidingspensioen: dit zou worden afgebouwd.
- Gezinspensioen: het tarief van 75% zou verdwijnen, zodat iedereen naar 60% gaat.
Tot er een definitieve beslissing valt, blijft de huidige regeling gelden.
Bescherm je nabestaanden financieel
Ook met een overlevingspensioen of een overgangsuitkering kan het overlijden van je partner een stevige financiële impact hebben. Een deel van het gezinsinkomen valt weg, terwijl heel wat vaste kosten blijven.
Een overlijdensverzekering kan dat opvangen. Zo'n verzekering keert bij overlijden een bedrag uit aan de personen die je kiest, los van het wettelijke overlevingspensioen. Daarmee kunnen je nabestaanden bijvoorbeeld blijven instaan voor de kosten van de kinderen. Je bepaalt zelf het verzekerde bedrag en wie het ontvangt. Of zo'n verzekering bij je past, hangt af van je persoonlijke, familiale en financiële situatie.
Ontdek de oplossingen van NN om je gezin financieel te beschermen >
Deze informatie is algemeen van aard en houdt geen rekening met je persoonlijke situatie. Voor gedetailleerde informatie of een persoonlijke raming van je pensioen raadpleeg je de Federale Pensioendienst of mypension.be. Voor advies op maat kan je terecht bij je makelaar of een professionele adviseur.
