Elk zijn pensioen : overlevingspensioen, weduwepensioen, weduwnaarspensioen

In het eerste geval genieten beide partners een eigen pensioen, een pensioen aan het alleenstaandentarief. In dat geval valt het pensioen van de overleden persoon dus gewoon weg, en de overlevende partner ontvangt verder zijn eigen pensioen aan het alleenstaandentarief. Het eigen rustpensioen van de langstlevende partner kan echter aangevuld worden met een overlevingspensioen tot aan het plafond van 110 procent van het overlevingspensioen, berekend op basis van een volledige loopbaan. Dit zal het geval zijn als dit bedrag hoger ligt dan het eigen pensioen van de overlevende aan het alleenstaandentarief. In het andere geval ontvangt de overlevende zijn/haar pensioen verder aan het alleenstaandentarief.

Je komt slechts in aanmerking voor dit overlevingspensioen wanneer je getrouwd bent. Daarom wordt het ook wel eens weduwe- of weduwnaarspensioen genoemd.  Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben er geen recht op. Voor het overlevingspensioen is er een minimumleeftijd. Sinds 2021 moet de nabestaande minstens 48jaar  oud zijn om hierop recht te hebben. Men wil zo vermijden dat te jonge mensen te vroeg van de arbeidsmarkt verdwijnen. Deze minimumleeftijd zal in de komende jaren evolueren om in 2025 50 jaar te bedragen, in 2030, 55 jaar.

 

Van gezinspensioen naar overlevingspensioen

In het andere geval ontving het getrouwde koppel een pensioen aan het gezinsbedrag. Dit is het geval als één van de partners weinig of niet gewerkt heeft, en bijgevolg weinig of geen pensioenrechten opgebouwd heeft. Als deze partner een pensioen heeft dat lager ligt dan 25% van het pensioen van de andere partner, dan gebeurt er een herberekening op basis van het gezinsbedrag. Het koppel krijgt dan 1,25 maal het bedrag van de partner met de meeste pensioenrechten.

Ontving het koppel een gezinspensioen en de overlevende is de partner op wiens pensioen het gezinspensioen berekend werd, met andere woorden de partner met het hoogste pensioen, dan gaat deze persoon gewoon over van een gezinspensioen naar een alleenstaandenpensioen.

Ontving het koppel een gezinspensioen en de overlevende is de andere partner dan degene op wiens pensioen het gezinspensioen berekend werd, met andere woorden de partner met het laagste pensioen, dan krijgt deze persoon een overlevingspensioen dat overeenkomt met 80% van het gezinspensioen, als de overlevende geen eigen pensioenrechten heeft opgebouwd. Heeft de overlevende wel eigen pensioenrechten opgebouwd, zij het beperkte rechten, dan zal dat beperkte pensioen worden aangevuld met het overlevingspensioen tot het plafond van 110 procent van het overlevingspensioen, berekend voor een volledige loopbaan. Normaal gezien moet je hiervoor geen aanvraag indienen. Het is de pensioendienst die het initiatief moet nemen. Het overlevingspensioen zal je worden toegekend vanaf de maand die volgt op de maand van het overlijden. Opgelet : of als je niet samenwoonde met je overleden partner (bijvoorbeeld in het geval van een feitelijke scheiding), dan moet je wel een aanvraag indienen.

Er bestaat nog een andere mogelijkheid die iets ingewikkelder is : je bent zelf wel gepensioneerd, maar je overleden partner was nog beroepsactief. In dit geval moet je het overlevingspensioen wel aanvragen bij de gemeente of de pensioendienst. Indien je deze aanvraag indient binnen de twaalf maanden, dan wordt je overlevingspensioen toegekend met terugwerkende kracht, vanaf de maand van het overlijden van je partner. Let op : bij het aangaan van een nieuw huwelijk wordt het overlevingspensioen geschorst, omdat we dan te maken hebben van een nieuwe situatie. Ook in het geval van een veroordeling voor een misdrijf tegenover de overleden huwelijkspartner verdwijnt het recht op een overlevingspensioen.

Vermits je overleden partner nog niet gepensioneerd was, moet zijn/haar pensioen nog berekend worden. Dit zal gebeuren op basis van zijn/haar beroepsloopbaan. Voor werknemers en zelfstandigen is de berekening vergelijkbaar met die van het pensioen voor een alleenstaande.

Een voorbeeld zal dit misschien verduidelijken. Karel en Claire zijn een gelukkig getrouwd koppel. Karel heeft een goed gevulde carrière en een deftig pensioen. Claire heeft niet gewerkt om voor de kinderen te zorgen. Eenmaal met pensioen, ontvangen ze een pensioen aan het gezinsbedrag – één pensioen voor beiden - op basis van de carrière van Karel. Als Claire als eerste overlijdt, ontvang Karel een alleenstaandenpensioen (op basis van zijn carrière). Maar als Karel als eerste overlijdt, zal Claire een overlevingspensioen ontvangen, dat overeenkomt met 80% van het gezinspensioen.

Wie niet aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet om een overlevingspensioen te ontvangen, kan, in sommige gevallen en onder voorwaarden, beroep op een tijdelijke overgangsuitkering.

Deel dit artikel