Alles wat je moet weten over de woonfiscaliteit
Vastgoed maakte bij veel Belgen lange tijd essentieel deel uit van hun belastingaangifte. Maar sinds een aantal jaar is er heel wat veranderd. Denk aan de afschaffing van de Vlaamse woonbonus, de lancering en afschaffing van de chèque-habitat in Wallonië en het abattement in Brussel. Hoe zit het met de woonfiscaliteit voor het inkomstenjaar 2026: wat moet je weten over de fiscale behandeling van je gezinswoning, tweede verblijf of opbrengsteigendom?

Vastgoed opnemen in je belastingaangifte
Je gezinswoning
Vastgoed kan ook in 2026 in bepaalde gevallen nog uitzicht geven op fiscale voordelen. Voor je eigen woning kan je belastingvoordeel genieten in het kader van de woonbonus, het bouwsparen of het langetermijnsparen. Sinds enkele jaren is de woonfiscaliteit met betrekking tot jouw ‘eigen woning’ een gewestelijke materie. Het jaar waarin je jouw lening afsloot, bepaalt jouw fiscaal voordeel. Zo blijft de woonbonus in Vlaanderen ook nu nog behouden op voorwaarde dat je die vóór 2020 al genoot op je lening en je aan je lening niets wijzigt. Je mag bijvoorbeeld de looptijd niet verlengen, maar een herfinanciering van de lening is geen probleem.
Het onroerend inkomen van je eigen woning is meestal vrijgesteld in de personenbelasting. Toch moet je in bepaalde gevallen het onroerend inkomen van je eigen woning aangeven.
Je tweede woning
Een tweede woning, zoals een vakantieverblijf of een investeringspand, kan je nog steeds een belastingvoordeel voor kapitaalaflossingen opleveren in het stelsel van het (federale) langetermijnsparen, op voorwaarde dat je lening vóór 1 januari 2024 afgesloten werd. Hierbij wordt er mogelijk rekening gehouden met het eventuele fiscale voordeel dat je krijgt voor jouw eigen woning. Kijk dus zeker na of dit voor jou het geval is.
Vanaf aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) is de federale intrestaftrek voor andere woningen dan de eigen woning volledig afgeschaft. Betaalde intresten kunnen dus niet langer worden afgetrokken van de onroerende inkomsten.
Vóór 1 januari 2024
Voor leningen afgesloten vóór 1 januari 2024 blijft het federale langetermijnsparen mogelijk voor kapitaalaflossingen en premies van de schuldsaldoverzekering. De federale intrestaftrek is echter vanaf aanslagjaar 2026 afgeschaft, ook voor bestaande leningen.
Ook bij een herfinanciering van een lening die vóór 1 januari 2024 werd afgesloten, kan het federale langetermijnsparen voor kapitaalaflossingen en premies van de schuldsaldoverzekering behouden blijven. De federale intrestaftrek is echter vanaf aanslagjaar 2026 afgeschaft.
Na 1 januari 2024
Sluit je vanaf 1 januari 2024 een lening af voor de aankoop of verbouwing van een tweede woning, dan levert dit geen fiscaal voordeel meer op via het federale langetermijnsparen. Sinds aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) is ook de federale intrestaftrek voor andere woningen dan de eigen woning volledig afgeschaft.
Onroerende inkomsten aangeven
Heb je een tweede woning? Dan moet je de onroerende inkomsten aangeven.
- Gebruik je deze woning als tweede verblijf of verhuur je het pand aan iemand die het niet voor zijn of haar beroep gebruikt? Dan moet je het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen vermelden in je belastingaangifte. Het belastbaar onroerend inkomen is het geïndexeerde kadastraal inkomen verhoogd met 40% en wordt bij je andere inkomsten opgeteld en belast aan het progressieve tarief.
- Verhuur je het pand wel voor beroepsdoeleinden? Dan vermeld je in je belastingaangifte het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van je woning en de totale ontvangen jaarlijkse brutohuur. Dat brutohuurbedrag (verminderd met een kostenforfait van 40%) wordt bij je andere inkomsten opgeteld en belast tegen het progressieve tarief.
Vastgoed in het buitenland
Sinds enkele jaren gebruikt de fiscus het kadastraal inkomen om buitenlands vastgoed te belasten. Wie zijn vastgoed in het buitenland zelf gebruikt of verhuurt aan een privépersoon, wordt op basis van dit kadastraal inkomen belast. Wie het vastgoed verhuurt aan een vennootschap of aan iemand die het professioneel gebruikt, wordt belast op basis van de werkelijke huurinkomsten verminderd met een kostenforfait (40% voor een gebouw).
Vanaf aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) is de federale intrestaftrek voor buitenlands vastgoed dat geen eigen woning is eveneens afgeschaft.
Voor vastgoed in het buitenland moet je in bepaalde gevallen, afhankelijk van de precieze ligging, rekening houden met dubbelbelastingverdragen die bepalen welk land (niet) mag belasten.
Fiscaal voordeel van een gezinswoning
Een begrip dat verder vaak terugkomt, is de ‘eigen woning’: dit is de woning waar je zelf woont.
Voor bepaalde oudere hypothecaire leningen kunnen kapitaalaflossingen, intresten en premies van een schuldsaldoverzekering nog recht geven op een fiscaal voordeel. Welk regime van toepassing is, hangt af van het gewest waar je woont én van het moment waarop het hypothecaire krediet werd afgesloten.
Hypothecaire leningen onderschreven vóór 2005
Ook voor historische leningen van vóór 2005 is het federale fiscale voordeel van het bouwsparen afgeschaft vanaf aanslagjaar 2026.
Belastingvoordeel op intresten
Voor hypothecaire leningen onderschreven vóór 2005 konden belastingplichtigen genieten van een gewone en een bijkomende intrestaftrek. Deze federale fiscale voordelen zijn afgeschaft vanaf aanslagjaar 2026.
Belastingvoordeel op kapitaalaflossingen
Voor hypothecaire leningen onderschreven vóór 2005 konden kapitaalaflossingen voor de enige en eigen woning in aanmerking komen voor het federale bouwsparen. Dit fiscale voordeel is afgeschaft vanaf aanslagjaar 2026.In bepaalde gevallen kunnen kapitaalaflossingen nog wel in aanmerking komen voor het langetermijnsparen. (zie tabel hieronder).
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
Vlaams Gewest | Afhankelijk van netto beroepsinkomen, maar max. € 2.280 | Marginale belastingvoet |
Waals Gewest | Afhankelijk van netto beroepsinkomen, maar max. € 2.290 | Marginale belastingvoet |
Brussels Gewest | Afhankelijk van netto beroepsinkomen, maar max. € 3.010 | Marginale belastingvoet |
Hypothecaire leningen afgesloten tussen 1 januari 2005 en 31 december 2014
Sinds 1 januari 2015 zijn de gewesten verantwoordelijk voor de woonbonus, wat meebrengt dat de regelingen in Vlaanderen, Wallonië en Brussel niet dezelfde (meer) zijn. Vóór die datum was de woonbonus een federale materie. Zij die hun goed na 1 januari 2005 en vóór 1 januari 2015 kochten, krijgen een belastingkorting berekend op de terugbetaling van de lening, in verhouding tot de inkomens van de kredietnemer. Deze korting ging van 30 tot 50%.
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
Vlaams Gewest | Oude Vlaamse woonbonus:€ 2.280 (basisbedrag, indien enige en eigen woning) | Marginale aanslagvoet. De belastingvermindering bedraagt maximaal € 1.560 per kredietnemer (€ 3.120 x 50%). |
Waals Gewest | € 2.290 (basisbedrag, indien enige en eigen woning) | Marginale aanslagvoet. De belastingvermindering bedraagt maximaal € 1.565 per kredietnemer (€ 3.130 x 50%). |
Brussels Gewest | € 3.090 (basisbedrag) | Marginale aanslagvoet. De belastingvermindering bedraagt maximaal € 2.110 per kredietnemer (€ 4.220 x 50%) |
De marginale aanslagvoet is het hoogste belastingpercentage dat je betaalt op jouw inkomsten en bedraagt minstens 25% en maximaal 50%.
Voor de niet-eigen woning geldt opnieuw het belastingvoordeel via het (federale) langetermijnsparen.
Hypothecaire leningen afgesloten in 2015 in het Vlaams en Waals Gewest
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
Vlaams Gewest | € 1.520 (basisbedrag, indien enige en eigen woning) | 40%. |
Waals Gewest | € 2.290 (basisbedrag) | 40%. |
Voor de niet-enige eigen woning geldt het belastingvoordeel via het langetermijnsparen.
Hypothecaire leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016 voor het Vlaams en Waals gewest
Vlaams gewest: geïntegreerde woonbonus (voor leningen afgesloten tussen 2016 en 2019)
Als je in Vlaanderen woont, vallen nieuwe leningen onder de geïntegreerde woonbonus. Die geldt voor eigen woningen, ongeacht of het gaat om je enige woning of niet. De geïntegreerde woonbonus levert een fiscaal voordeel op van 40%. Dit belastingvoordeel wordt toegekend op een basisbedrag van € 1.520 aan kapitaalaflossingen, intresten en premies voor een schuldsaldoverzekering. Dat plafond kan verhoogd worden tot het maximumbedrag van € 2.360 als je leent voor je ‘enige’ woning gedurende de eerste 10 jaar van deze lening (+ € 760) en als je minstens drie kinderen hebt (+ € 80) bij het aangaan van de lening. Wie leent voor de enige woning kan tot € 944 (+gemeentebelasting) belasting besparen. Voor wie al eigenaar was van een andere woning bedraagt de belastingbesparing maximaal € 608 (+gemeentebelasting).
Hou er wel rekening mee dat je, als je jouw krediet aangegeven hebt binnen de geïntegreerde woonbonus, je elk fiscaal voordeel van vroegere leningen die nog lopen verliest.
Waals gewest: chèque-habitat voor leningen vanaf 2016 tot en met 2024
Voor leningen die afgesloten zijn/worden vanaf 2016 tot en met 31 december 2024 is de woonbonus vervangen door de chèque-habitat. De belastingvermindering is afhankelijk van het netto belastbaar inkomen en bedraagt maximaal € 1.520 per belastingplichtige per jaar. Wie maximaal € 28.024 verdient, geniet het grootste voordeel, een wooncheque of belastingvermindering van 1.520 euro. Naarmate het inkomen stijgt, daalt het belastingvoordeel. Voor kinderen ten laste is er een forfaitaire verhoging van de wooncheque met 125 euro. Wie meer dan € 108.093 verdient, krijgt geen belastingvoordeel.
Het bedrag van de wooncheque wordt wel beperkt tot de som van de tijdens het betrokken jaar betaalde intresten en kapitaalaflossingen van de hypothecaire lening en premies voor de schuldsaldoverzekering. Je hebt in heel je leven maximaal recht op 20 wooncheques. Ook wordt het bedrag van de wooncheques na 10 jaar gehalveerd.
Voor leningen die afgesloten worden vanaf 1 januari 2025 geldt de chèque-habitat niet meer. Herfinancieringen van leningen die afgesloten werden van 2016 tot en met 2024 komen wel nog in aanmerking voor de chèque-habitat.
Tegenover de afschaffing van de chèque-habitat staat dat de Waalse regering de registratierechten voor de enige eigen woning verlaagd heeft van 12,5% tot 3%.
Schematisch overzicht
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
Vlaams Gewest | Geïntegreerde woonbonus: € 1.520 (basisbedrag, gezinswoning) | 40%. |
Waals Gewest | Chèque-habitat: voor de enige, eigen woning (m.a.w. de gezinswoning) en hangt af van jouw netto belastbaar inkomen: | |
| lager dan € 28.024 | De belastingvermindering bedraagt € 1.520 + € 125 per kind ten laste. |
tussen € 28.024 en € 108.093 | De belastingvermindering ligt lager dan € 1.520 en wordt als volgt berekend: | |
hoger dan € 108.093 | Geen fiscaal voordeel, ook niet wanneer je kinderen ten laste hebt. |
Leningen afgesloten vanaf 1 januari 2020 voor inwoners in het Vlaamse gewest
Voor hypothecaire leningen afgesloten sinds 1 januari 2020 is de Vlaamse woonbonus niet langer van toepassing. Wel is sindsdien de registratiebelasting verlaagd.
Voor herfinancieringen verandert er niks. Wanneer je je woonkrediet herfinanciert, blijft de ‘oorspronkelijke’ regeling of woonbonus van toepassing. Ook bij een herfinanciering van een lening die je vóór 1 januari 2020 afgesloten hebt, blijft de woonbonus behouden, maar enkel tot het nog te betalen saldo van het oorspronkelijke krediet. Herfinancier je je lening met een hoger kapitaal? Dan komt de verhoging niet in aanmerking voor de woonbonus.
Hypothecaire leningen afgesloten in het Brusselse Gewest
Leningen afgesloten in 2015 en 2016
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
Brussels Gewest | € 3.090 (basisbedrag, indien enige en eigen woning) | 45% |
Voor de niet-enige eigen woning geldt opnieuw het belastingvoordeel via het langetermijnsparen.
Hypothecaire leningen afgesloten vanaf 1 januari 2017 voor het Brusselse gewest: abattement
Voor hypothecaire leningen afgesloten vanaf 2017 is de Brusselse woonbonus geschrapt en vervangen door een verhoogde vrijstelling van de registratierechten of ‘abattement’. Op de eerste schijf (€ 0 - € 200.000) moeten er geen registratierechten worden betaald, als je voldoet aan de voorwaarden voor het abattement. Deze voetvrijstelling levert een voordeel van € 25.000 op. Er is evenwel geen vrijstelling meer voor woningen met een waarde van € 600.000 of meer.
Fiscaal voordeel van een tweede woning
Heb je voor je tweede woning een lening afgesloten vóór 2024? Dan valt je tweede woning onder het stelsel van het langetermijnsparen, een federale materie. Daarbij krijg je 30% belastingvoordeel op de kapitaalaflossingen van je lening en de premies van je schuldsaldoverzekering. Dit wordt beperkt tot een maximum van € 2.450 per persoon (voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027). Je krijgt hierop een belastingvoordeel van 30% of zo’n € 735. Vanaf aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) kunnen intresten van een lening voor een tweede woning of investeringspand niet langer worden afgetrokken van de onroerende inkomsten.
Opgelet, als je een lening aanging vanaf 2024, is er geen fiscaal voordeel meer in het kader van het langetermijnsparen. Herfinancieringen van leningen die dateren van vóór 2024 leveren wel nog belastingvoordeel op.
Woonplaats | Maximaal aftrekbaar | Belastingvoordeel |
|---|---|---|
België | € 2.450 | 30% |
De keerzijde: je beschikt over één fiscale korf van € 2.450. De ruimte die je in de fiscale (federale) korf hebt, hangt af van het Gewest en het toepasselijk belastingvoordeel. Als die opgevuld is, door bijvoorbeeld de woonbonus, levert de aftrek van de kapitaalaflossingen voor je tweede woning je geen fiscaal voordeel op. Anders gezegd: de fiscus geeft altijd voorrang aan de gewestelijke belastingvoordelen. De Vlaamse geïntegreerde woonbonus (leningen tussen 1/1/2016 en 31/12/2019) kan gecombineerd worden met het federale langetermijnsparen. Het bedrag van de geïntegreerde woonbonus moet dus niet in mindering worden gebracht om de ruimte in de fiscale korf langetermijnsparen te bepalen. In Brussel is er nog de volledige ruimte voor leningen vanaf 2017 en ook in Wallonië voor leningen vanaf 2016.
Voor oudere leningen zal er weinig tot geen ruimte over zijn. Zodra de gewestelijke fiscale korf volledig gevuld is met leningsuitgaven voor je gezinswoning kun je geen profijt meer halen uit het federale belastingvoordeel. Concreet zal een tweede woning je dus vooral een fiscaal voordeel bieden als je eerste woning volledig afbetaald is of als je voor de lening van je eerste woning niet in aanmerking komt voor de woonbonus.
Sinds 2024 leveren nieuwe leningen voor een andere woning dan de eigen woning geen fiscaal voordeel meer op in het langetermijnsparen (zie hoger).
