Nieuwe meerwaardebelasting: wat verandert er voor je levensverzekering of pensioensparen?
Sinds 1 januari 2026 geldt in België een nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa. Maar wat betekent dit concreet voor je pensioensparen, je tak 21-spaarverzekering of je tak 23-beleggingsverzekering? We zetten de belangrijkste punten en de impact op je contract op een rij.

Is er een belasting op meerwaarde in België?
Sinds 1 januari 2026 geldt in België een nieuwe belasting op meerwaarden op financiële activa. Wanneer je als particulier een meerwaarde realiseert op bepaalde beleggingen of andere financiële activa, kan die meerwaarde belast worden. In het algemene stelsel bedraagt het tarief 10%.
De nieuwe meerwaardebelasting geldt in de eerste plaats voor particulieren. Daarnaast vallen ook bepaalde rechtspersonen die aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, zoals vzw’s, onder de regeling. Gewone vennootschappen die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen, vallen niet onder deze nieuwe meerwaardebelasting.
De meerwaardebelasting komt niet bovenop een belasting die hetzelfde rendement al als roerend inkomen belast. Is bijvoorbeeld bij de uitkering van een levensverzekering roerende voorheffing verschuldigd, dan wordt op datzelfde inkomen geen bijkomende meerwaardebelasting geheven. Dat speelt onder meer een rol bij bepaalde tak 21-verzekeringen.
Wat valt onder de nieuwe meerwaardebelasting in België?
De nieuwe meerwaardebelasting heeft een ruim toepassingsgebied. Ze kan onder meer van toepassing zijn op gerealiseerde meerwaarden op:
- aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en ETF’s;
- niet-fiscale levensverzekeringen, zoals bepaalde tak 21-spaarverzekeringen en tak 23-beleggingsverzekeringen;
- cryptoactiva;
- vreemde valuta en beleggingsgoud.
Fiscaal ondersteunde pensioenproducten, zoals pensioensparen, langetermijnsparen en pensioenproducten uit de tweede pijler, vallen in principe buiten deze nieuwe meerwaardebelasting. Verderop lees je wat dit concreet betekent voor je pensioensparen en levensverzekering.
En wat met vastgoed?
De nieuwe meerwaardebelasting van 10% heeft betrekking op financiële activa. Voor meerwaarden bij de verkoop van vastgoed, bijvoorbeeld een tweede verblijf dat je binnen een bepaalde termijn verkoopt, bestaan afzonderlijke fiscale regels. Die staan los van deze nieuwe heffing op financiële activa.
Wat houdt de nieuwe meerwaardebelasting in: vrijstelling
Voor 2026 geldt per persoon een jaarlijkse basisvrijstelling van € 10.000 aan gerealiseerde meerwaarden. Gebruik je die basisvrijstelling niet of slechts voor een beperkt bedrag, dan kan je in een volgend jaar een aanvullende vrijstelling opbouwen van maximaal € 1.000 per jaar. Over maximaal vijf voorgaande jaren kan die aanvullende vrijstelling oplopen, waardoor de totale vrijstelling uiteindelijk maximaal € 15.000 kan bedragen. De precieze aanvullende vrijstelling hangt af van het gebruik van de basisvrijstelling in de voorgaande jaren. De bedragen worden bovendien geïndexeerd.
De nieuwe meerwaardebelasting is ingegaan op 1 januari 2026. Belangrijk: de belasting geldt enkel voor meerwaarden die opgebouwd worden na 31 december 2025.
Moet ik meerwaardebelasting betalen op mijn pensioensparen?
Goed nieuws voor wie spaart voor zijn oude dag: je betaalt géén meerwaardebelasting op je pensioensparen.
Vrijstellingen voor fiscaal pensioensparen en langetermijnsparen
Deze producten vallen volledig buiten de meerwaardebelasting:
- Pensioenspaarfondsen en -verzekeringen
- Langetermijnsparen
- Groepsverzekeringen
- Zelfstandige pensioenspaarplannen zoals VAPZ, IPT of POZ
Zolang je belegt via deze fiscaal ondersteunde pensioenproducten, is er in principe geen meerwaardebelasting verschuldigd. Dat is een belangrijk fiscaal verschil met niet-fiscale beleggingsproducten die wel onder de meerwaardebelasting kunnen vallen.
Wat betekent de meerwaardebelasting voor je levensverzekering (tak 21 en tak 23)?
Niet-fiscale levensverzekeringen binnen de zogenaamde vierde pensioenpijler kunnen wel onder de nieuwe meerwaardebelasting vallen. Dat is onder meer het geval voor bepaalde tak 21-spaarverzekeringen en tak 23-beleggingsverzekeringen zonder fiscaal voordeel.
Hoe zit het met tak 21 en de meerwaardebelasting?
Is bij de uitkering van je niet-fiscale tak 21-verzekering roerende voorheffing verschuldigd, dan betaal je op datzelfde rendement geen bijkomende meerwaardebelasting. Is er geen roerende voorheffing verschuldigd, bijvoorbeeld doorgaans bij een uitkering na acht jaar, dan kan de gerealiseerde meerwaarde die vanaf 1 januari 2026 is opgebouwd wel onder de nieuwe meerwaardebelasting vallen.
De impact van de meerwaardebelasting op tak 23
Bij een niet-fiscale tak 23-beleggingsverzekering zonder rendementsgarantie is in principe geen roerende voorheffing verschuldigd. Daardoor kan de gerealiseerde meerwaarde bij een volledige of gedeeltelijke afkoop of een uitkering bij leven onder de meerwaardebelasting van 10% vallen. Voor contracten die al vóór 2026 bestonden, wordt daarbij in principe vertrokken van de waarde op 31 december 2025. Tot eind 2030 wordt tijdelijk van dit principe afgeweken als je kunt aantonen dat het totaal van de gestorte premies hoger was dan de waarde op 31 december 2025. Zolang je geld binnen hetzelfde contract blijft en je tussen fondsen switcht, is er geen belastbare realisatie.
Drie voorbeelden van tak 23 in de praktijk:
> Meerwaarden na 31/12/2025: De belasting geldt enkel voor winst die is opgebouwd na de peildatum.
Voorbeeld: je onderschrijft in 2020 een tak 23-beleggingsverzekering voor € 1.000. Op 31/12/2025 is ze € 1.250 waard. Verkoop je in 2026 aan € 1.500, dan wordt enkel het verschil tussen € 1.500 en € 1.250 belast, dus € 250. Of je hierop effectief een meerwaardebelasting betaalt, hangt ervan af of je totale meerwaarden in 2026 boven de drempel van € 10.000 uitkomen.
> Historische aanschaffingswaarde: ligt de waarde van je bestaande tak 23-verzekering op 31 december 2025 lager dan het totaal van de premies die je tot dan hebt gestort? Voor uitkeringen tot en met 31 december 2030 kan je onder voorwaarden aantonen dat die hogere som van de gestorte premies als referentiewaarde moet worden gebruikt.
Voorbeeld: je stortte in 2020 € 1.000 in een tak 23-beleggingsverzekering. Op 31 december 2025 bedraagt de waarde € 750. Wordt in 2026 € 950 uitgekeerd, dan is er geen belastbare meerwaarde als je de gestorte premie van € 1.000 kunt aantonen. Het verschil van € 50 vormt in dit voorbeeld echter geen aftrekbare minwaarde.
> Minwaarden: Je kunt ook minwaarden aftrekken van meerwaarden die je in hetzelfde jaar realiseert. Dat gebeurt via je belastingaangifte. Historische verliezen van vóór 31 december 2025 tellen niet mee.
Voorbeeld: je koopt in 2020 een tak 23-beleggingsverzekering voor € 1.000. Op 31/12/2025 is ze € 500 waard. Je verkoopt in 2026 aan € 400. Dan kan je de minwaarde van €100 enkel aftrekken van andere meerwaarden die je in datzelfde jaar realiseerde.
Hoe werkt de meerwaardebelasting na schenking en overlijden?
- Schenking: een schenking leidt op zich niet tot meerwaardebelasting. Bij een latere verkoop of afkoop door de begiftigde blijven de fiscale aanschaffingswaarde en de toepasselijke overgangsregels van belang.
- Overlijden: bij een overlijden zelf is geen meerwaardebelasting verschuldigd. Ook een uitkering van een levensverzekering naar aanleiding van het overlijden van de verzekerde valt buiten deze heffing. De gewone regels rond erfbelasting blijven wel van toepassing.
Wie int de meerwaardebelasting?
Bij een verkoop of uitkering via een Belgische financiële instelling of verzekeraar wordt de meerwaardebelasting in principe aan de bron ingehouden. Je kunt kiezen voor een opt-out. In dat geval wordt de belasting niet vooraf ingehouden en sta je zelf in voor de aangifte van de gerealiseerde meerwaarde. Dit heeft voor- en nadelen:
Optie | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|
Automatische | De verschuldigde belasting wordt meteen door de financiële instelling of verzekeraar ingehouden. | Wil je gebruikmaken van je jaarlijkse vrijstelling of minwaarden verrekenen, dan moet je dat via je belastingaangifte regelen. |
Opt-out | Er wordt geen meerwaardebelasting vooraf ingehouden. Je berekent de belasting zelf en past de beschikbare vrijstelling toe via je belastingaangifte. | Je moet de gerealiseerde meerwaarden zelf correct aangeven. De financiële instelling of verzekeraar rapporteert de relevante gegevens aan de fiscus. |
Let op: op meerwaarden die je in 2026 realiseerde vóór de start van de inhouding aan de bron, is geen belasting ingehouden door de financiële instelling of verzekeraar. Die geef je zelf aan in je belastingaangifte van 2027.
Wat kan je concreet doen als belegger?
De nieuwe meerwaardebelasting kan een goede aanleiding zijn om je beleggings- en spaarstrategie opnieuw te bekijken. Enkele aandachtspunten:
- Fiscaal voordelige formules benutten: Ga na of je een deel van je verdere spaarinspanningen kunt onderbrengen in een fiscaal ondersteunde formule uit de tweede of derde pensioenpijler.
- Bewijsstukken bewaren: Hou documenten bij die de oorspronkelijke aankoopwaarde van je beleggingen aantonen. Bewaar voor bestaande beleggingen ook het bewijs van hun waarde op 31 december 2025. Die gegevens kunnen later belangrijk zijn om de belastbare meerwaarde correct te bepalen.
- Minwaarden aangeven: Realiseer je in 2026 een minwaarde op beleggingen die onder de nieuwe regeling vallen? Neem die dan op in je belastingaangifte van 2027, zodat ze kunnen worden verrekend met meerwaarden die je in hetzelfde jaar realiseerde. Een overdracht naar een volgend jaar is niet mogelijk.
- Advies inwinnen: Bespreek met je verzekeringsmakelaar of financieel adviseur welke gevolgen de nieuwe regels kunnen hebben voor jouw portefeuille en of het zinvol is om je beleggingsstrategie bij te sturen.
Veelgestelde vragen over de meerwaardebelasting op pensioensparen (FAQ)
Is er momenteel een belasting op meerwaarde?
Ja. Sinds 1 januari 2026 geldt in België een meerwaardebelasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. In het algemene stelsel bedraagt het tarief 10%, met een jaarlijkse vrijstelling van € 10.000.
Moet ik meerwaardebelasting betalen op mijn pensioensparen?
Nee. Fiscaal pensioensparen valt buiten de nieuwe meerwaardebelasting. Dat geldt zowel voor pensioenspaarfondsen als voor pensioenspaarverzekeringen. Je pensioensparen blijft wel onderworpen aan de eigen fiscale regels die voor deze producten gelden.
Geldt de meerwaardebelasting ook voor tak 23-verzekeringen?
Ja, voor niet-fiscale tak 23-beleggingsverzekeringen kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn wanneer je een meerwaarde realiseert, bijvoorbeeld bij een volledige of gedeeltelijke afkoop. Alleen de meerwaarde die sinds 1 januari 2026 is opgebouwd, komt in aanmerking. Of je effectief belasting betaalt, hangt onder meer af van je totale gerealiseerde meerwaarden en de beschikbare jaarlijkse vrijstelling.
Minder belasting betalen op je vermogensopbouw?
Lees hoe je slim je vermogen opbouwt >>
Weten wat de nieuwe meerwaardebelasting specifiek betekent voor jou?
Maak een afspraak met je onafhankelijk financieel adviseur >>