Wat is een overlevingspensioen en wanneer heb je er recht op?
Verlies je je partner, dan vangt een overlevingspensioen een deel van het wegvallende inkomen op. Je kent het ook als weduwe- of weduwnaarspensioen. De belangrijkste voorwaarde is dat je gehuwd geweest moet zijn met de overledene. Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben geen recht. Wie recht heeft, is intussen grotendeels gelijk voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Alleen de berekening van het bedrag verschilt nog per stelsel.
Dit artikel gaat ervan uit dat je zelf al met pensioen bent. Werk je nog wanneer je partner overlijdt? Dan gelden andere regels, zoals een minimumleeftijd en een mogelijke overgangsuitkering. Lees dan Ik werk nog en mijn partner overlijdt.

Wie heeft recht op een overlevingspensioen?
De belangrijkste voorwaarde is dat je gehuwd geweest bent met de overledene. Omdat je zelf al met pensioen bent, geldt er voor jou geen minimumleeftijd: je komt sowieso in aanmerking. Wel mag je niet veroordeeld zijn voor een misdrijf tegen je overleden partner (zie verder).
Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben geen recht op een overlevingspensioen. Het huwelijk moet bovendien minstens één jaar geduurd hebben, om huwelijken in extremis te vermijden. Op die regel bestaan uitzonderingen, onder meer als:
- er een kind is uit het huwelijk of uit de wettelijke samenwoning die eraan voorafging;
- je vóór het huwelijk al wettelijk samenwoonde en de samenwoonst plus het huwelijk samen minstens één jaar duurden;
- er een kind ten laste was waarvoor kinderbijslag werd betaald;
- het overlijden het gevolg is van een ongeval of een beroepsziekte na de huwelijksdatum.
Hoeveel krijg je? Dat hangt af van het stelsel
Er is geen vast bedrag voor iedereen. De berekening is gelijkaardig voor werknemers en zelfstandigen, maar verschilt voor ambtenaren. Voor werknemers en zelfstandigen hangt het basisbedrag af van of je partner al met pensioen was. Het effectieve bedrag hangt bovendien af van de loopbaan en het loon van je partner, de wettelijke plafonds en je gezinssituatie.
Je partner was werknemer of zelfstandige
De berekening verloopt voor beide stelsels op een gelijkaardige manier en is gebaseerd op het pensioen dat je partner al ontving of bij pensionering zou hebben gekregen. Alleen de bevoegde dienst verschilt: voor een zelfstandige berekent het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) je rechten, terwijl de Federale Pensioendienst altijd uitbetaalt. Het basisbedrag hangt af van of je partner al gepensioneerd was:
Je partner was al met pensioen: je overlevingspensioen bedraagt 80% van het rustpensioen van je partner. Ontving je partner een gezinspensioen, dan wordt dat gezinsbedrag als basis genomen; ontving je partner een alleenstaandenpensioen, dan vormt dat de basis.
Je partner werkte nog: het overlevingspensioen wordt berekend op de loopbaan van je partner, volgens dezelfde regels als een rustpensioen maar met een aangepaste loopbaanduur. Het bedrag wordt begrensd tot het rustpensioen dat je partner met een volledige loopbaan zou gekregen hebben.
Ontvang je zelf ook een pensioen? Dan wordt het overlevingspensioen daarmee gecombineerd volgens de 110%-regel. De som van je eigen pensioen en je overlevingspensioen is dan begrensd tot 110% van het overlevingspensioen voor een volledige loopbaan. Ligt je eigen pensioen al boven dat plafond, dan krijg je geen overlevingspensioen erbovenop. Valt het berekende bedrag laag uit, dan kan het worden opgetrokken tot een gewaarborgd minimumbedrag, als de loopbaan van je partner aan de voorwaarden voldoet.
Voorbeeld: Karel was al met pensioen en ontving een gezinspensioen uit het werknemersstelsel, omdat Claire thuisbleef voor de kinderen. Overlijdt Karel, dan krijgt Claire een overlevingspensioen van 80% van dat gezinsbedrag. Overlijdt Claire eerst, dan houdt Karel zijn eigen pensioen.
Lees meer over het verschil tussen een alleenstaanden- en een gezinspensioen >
Je partner was ambtenaar
Voor ambtenaren geldt een eigen berekening, op basis van het loon en de loopbaan van je overleden partner. Dit komt neer op 60% van de referentiewedde, vermenigvuldigd met een coëfficiënt die uitdrukt hoe lang je partner actief was. Anders dan bij werknemers en zelfstandigen maakt het voor ambtenaren niet uit of je partner al met pensioen was: de berekening blijft dezelfde. Daarnaast kent het ambtenarenstelsel enkele eigen regels:
- Wezen: wezen kunnen een overlevingspensioen krijgen als er geen rechthebbende echtgenoot is. Dit bestaat alleen bij ambtenaren.
- Ex-partner: ook een gescheiden ex-partner kan een deel van het overlevingspensioen krijgen, op basis van de huwelijksjaren, op voorwaarde dat hij of zij zelf niet hertrouwd is vóór het overlijden van de ambtenaar.
- Geen vol jaar gehuwd: dan kan je toch een tijdelijk overlevingspensioen van twaalf maanden krijgen.
- Geen gezins- of echtscheidingspensioen: die bestaan niet in het ambtenarenstelsel.
Mag je bijverdienen naast je overlevingspensioen?
Ja, maar tot een bepaald plafond. Verdien je meer dan het toegelaten bedrag, dan wordt je overlevingspensioen verminderd met het percentage van de overschrijding of geschorst. Je bent bovendien verplicht je beroepsactiviteit te melden.
De grensbedragen voor die toegelaten arbeid worden jaarlijks geïndexeerd en hangen onder meer af van je leeftijd en je gezinssituatie. De actuele bedragen vind je op de website van de Federale Pensioendienst. Combineer je je overlevingspensioen met een eigen rustpensioen of met een ander overlevingspensioen, dan kan ook dat het bedrag beïnvloeden.
Hoe vraag je een overlevingspensioen aan?
Was je partner al gepensioneerd, dan kent de Federale Pensioendienst het overlevingspensioen automatisch toe. Werkte je partner nog, dan vraag je het zelf aan via mypension.be, bij je gemeente of via de Pensioenlijn 1765.
Je vraagt het ook zelf aan als jullie niet meer samenwoonden, bijvoorbeeld bij een feitelijke scheiding. Dien je binnen de twaalf maanden in, dan krijg je je pensioen met terugwerkende kracht vanaf de maand van overlijden. Ben je de ex-partner van een ambtenaar en komt ook de huidige partner in aanmerking, dan moet je binnen het jaar aanvragen. Doe je dat niet, dan verlies je je recht.
Wanneer verlies je het recht op een overlevingspensioen?
Je verliest je overlevingspensioen als je hertrouwt. Bij feitelijk of wettelijk samenwonen behoud je het wel.
Ook een veroordeling voor een misdrijf tegen je overleden partner doet het recht vervallen. Loopt een nieuw huwelijk later op een scheiding uit, dan kan het overlevingspensioen heropleven.
Meer weten over de nieuwe pensioenhervorming? Lees ons artikel >
Deze informatie is algemeen van aard en houdt geen rekening met je persoonlijke situatie. Voor gedetailleerde informatie of een persoonlijke raming van je pensioen raadpleeg je de Federale Pensioendienst of mypension.be. Voor advies op maat kan je terecht bij je makelaar of een professionele adviseur.
