Pensioenhervorming 2026: wat verandert er en wat niet?

De nieuwe pensioenhervorming verandert de spelregels van het wettelijk pensioen in België. Voor sommige groepen verandert er weinig, voor andere meer. In dit artikel ontdek je eerst voor welke groepen er weinig of niets verandert. Daarna zie je welke voornaamste maatregelen voor iedereen gelden, en wat specifiek wijzigt voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.

gettyimages-1203592595.jpg
In dit artikel

    1.

    Voor wie verandert er weinig of niets?

    Voor een aantal Belgen blijft de pensioenhervorming grotendeels zonder gevolgen. Dat geldt vooral voor wie kort voor zijn pensioen staat. Wie tot zijn wettelijke pensioenleeftijd blijft werken of vrijwel altijd voltijds of in een vier-vijfdenregime werkte, voelt er meestal minder van, al hangt veel af van wanneer je stopt en of er periodes van werkloosheid waren. En gepensioneerden behouden hun bestaande rechten.

     

    Kun je vóór 1 januari 2027 vervroegd met pensioen?

    Neem je je vervroegd pensioen op voor 1 januari 2027, dan val je nog onder de oude regels. De nieuwe maatregelen gelden in principe pas vanaf 2027. Ben je al bijna aan je vervroegd pensioen toe, dan hoef je je planning niet om te gooien.

     

    Heb je zo goed als altijd voltijds of in een vier-vijfdenregime gewerkt?

    Wie vrijwel zijn hele loopbaan voltijds of in een vier-vijfdenregime werkte, zit meestal boven alle nieuwe drempels: 156 dagen per loopbaanjaar, 234 dagen voor de nieuwe 60/42-regel (zie verder), 7.020 dagen voor pensioenmalus en de voorwaarden voor het gewaarborgd minimumpensioen.

     

    Ben je zelfstandige?

    Voor zelfstandigen verandert er aan de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen weinig, omdat die vandaag al gelden. Werkloosheid, SWT en landingsbanen bestaan niet in het zelfstandigenstelsel. Maar de andere nieuwe maatregelen, zoals de malus, de bonus en het minimumpensioen, gelden wél ook voor zelfstandigen. De concrete gevolgen lichten we verder toe.

     

    Zit je als ambtenaar al in een eindeloopbaanregeling?

    Ambtenaren die op 31 januari 2025 al in een eindeloopbaanregeling zaten, behouden hun voorwaarden. Hetzelfde geldt als je de aanvraag voor zo'n regeling voor 1 februari 2025 hebt ingediend en ze ingaat voor 1 januari 2026. Perioden van loopbaanonderbreking of disponibiliteit die opgenomen zijn voor 1 januari 2027 tellen nog volgens de oude regels.

     

    Wettelijke pensioenleeftijd verandert niet

    De wettelijke pensioenleeftijd wordt niet gewijzigd door deze hervorming. Ze steeg al naar 66 jaar in 2025 en stijgt naar 67 jaar in 2030. Ook de leeftijden en loopbaanvoorwaarden voor klassiek vervroegd pensioen blijven gelden: 63 jaar met 42 loopbaanjaren, 61 of 62 jaar met 43 loopbaanjaren of 60 jaar met 44 loopbaanjaren. Daarnaast komt er een nieuwe mogelijkheid om al op 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan, na 42 loopbaanjaren waarin je telkens minstens 234 dagen effectief werkte (zie verder). Wie tot zijn wettelijke pensioenleeftijd blijft werken, ontsnapt bovendien aan de pensioenmalus. Wat wel wijzigt, zijn de voorwaarden waaronder een loopbaanjaar meetelt voor die loopbaanvoorwaarde.

     

    Ben je al met pensioen?

    Als je al een wettelijk pensioen ontvangt, behoud je je bestaande rechten.

    Indexatie wordt voor de hogere pensioenen afgeremd

    In 2026 en 2028 wordt een 'centenindex' (geplafonneerde indexering) toegepast voor brutopensioenen hoger dan € 2.000. Dit betekent dat de stijging voor die pensioenen bij een overschrijding van de spilindex beperkt wordt tot maximaal € 40 bruto per maand in plaats van een procentuele toename. Daarnaast geldt sinds juli 2025 al een aparte maatregel voor de hoogste pensioenen: bij een overschrijding van de spilindex tussen 1 juli 2025 en 31 december 2029 worden pensioenen boven € 5.286,17 bruto per maand beperkter of forfaitair geïndexeerd (een geïndexeerd bedrag). Het absoluut maximumpensioen (€ 8.291,60 bruto) wordt niet meer geïndexeerd. Deze beperking geldt enkel voor de eerste 5 overschrijdingen van de spilindex binnen deze periode; vanaf de zesde overschrijding wordt de verhoging niet meer beperkt.

    Stopzetting perequatie

    Vanaf 1 januari 2027 wordt de perequatie volledig afgeschaft. Dat is het mechanisme waarbij ambtenarenpensioenen automatisch mee evolueren met de lonen van actieve ambtenaren.

     

    2.

    Wat wijzigt voor iedereen?

    Een aantal maatregelen geldt voor alle statuten: werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Ze raken de toegang tot vervroegd pensioen, het bedrag van je pensioen en het gewaarborgd minimumpensioen. De meeste gaan in op 1 januari 2027; de nieuwe pensioenbonus en de centenindex starten al in 2026.

     

    Strengere drempel van 156 dagen voor vervroegd pensioen

    Vanaf 1 januari 2027 telt een loopbaanjaar voor je vervroegd pensioen pas mee als je minstens 156 dagen hebt gewerkt of gelijkgesteld bent. Deze voorwaarde zal gelden voor alle loopbaanjaren, ook de jaren gelegen vóór 1 januari 2027. Vroeger was dat 104 dagen, een derde van een voltijdse tewerkstelling. Voor je eerste loopbaanjaar blijft de drempel op 104 dagen. Iedereen krijgt eenmalig een pot van 5 reservedagen om jaren net onder de drempel op te vangen, maar je kan deze niet gebruiken voor het eerste loopbaanjaar. Er komt daarnaast een versoepeling voor wie halftijds werkt in flexibele uurroosters, omdat die mensen het ene jaar wel aan 156 dagen komen en het andere jaar niet. Er bestaan overgangsmaatregelen voor wie in of voor 1966 geboren is.

    Welke afwezigheden meetellen, lees je in ons artikel over gelijkgestelde periodes.

     

    Nieuwe 60/42-regel met 234 effectief gewerkte dagen

    Naast de klassieke voorwaarden voor vervroegd pensioen komt er een nieuwe mogelijkheid om al op 60 jaar te vertrekken, met striktere voorwaarden. Wil je op 60 jaar met vervroegd pensioen, dan heb je 42 loopbaanjaren nodig waarin je minstens 234 dagen effectief gewerkt hebt. Enkel enkele specifieke gelijkgestelde periodes tellen mee, zoals moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid. Klassieke werkloosheid, SWT en niet-gewerkte dagen in een landingsbaan tellen niet mee. Ook de 5 reservedagen kunnen hiervoor niet gebruikt worden. De uitzondering van 104 dagen voor het eerste loopbaanjaar geldt niet voor deze specifieke 234-dagenregel.

     

    Pensioenmalus bij vervroegd pensioen vanaf 2027

    Vertrek je vervroegd met pensioen, dan krijg je vanaf 1 januari 2027 een pensioenmalus. De malus is een procentuele verlaging van je maandelijks pensioen voor de rest van je leven.

    De pensioenmalus wordt niet toegepast als je aan de dubbele werkvoorwaarde voldoet: 35 loopbaanjaren van minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen en 7.020 dagen op je volledige loopbaan.

    Voldoe je daar niet aan, dan hangt het percentage af van je geboortejaar. Voor wie geboren is in 1960 of vroeger bedraagt de malus 0%, voor 1961 tot 1965 is dat 2% per jaar vroeger, voor 1966 tot 1974 4% en voor 1975 of later 5%.

     

    Nieuwe pensioenbonus vanaf 2026

    De oude pensioenbonus uit 2024 werd stopgezet op 31 december 2025. Vanaf 1 januari 2026 komt er een nieuwe pensioenbonus voor wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd en vanaf 1 januari 2027 met pensioen gaat. De werkvoorwaarden zijn dezelfde als voor de malus: 35 loopbaanjaren met 156 dagen en 7.020 dagen op je hele loopbaan. De lijst van meetellende gelijkstellingen is wel strenger. Zo tellen periodes van ziekte of invaliditeit niet mee, terwijl dat bij de pensioenmalus wel het geval is.

    Per jaar dat je doorwerkt na je wettelijke pensioenleeftijd, verhoogt je pensioen met een vast percentage dat afhangt van je geboortejaar. Voor wie geboren is in 1962 of vroeger bedraagt de bonus 2% per jaar. Voor wie geboren is tussen 1963 en 1972 is dat 4%, en voor wie geboren is in 1973 of later 5%. De bonus is een procentuele verhoging en wordt uitbetaald bovenop je maandelijks pensioen.

    Een bijkomende voorwaarde is dat je nog geen pensioen ontvangt: de pensioenbonus geldt niet voor wie werkt na het pensioen en dus reeds een pensioenuitkering ontvangt. Daarnaast is de toekenning van de bonus begrensd; het verhoogde pensioenbedrag mag niet boven het absolute maximum uitkomen.

     

    Strengere voorwaarde voor het gewaarborgd minimumpensioen

    De bestaande voorwaarden voor het gewaarborgd minimumpensioen blijven bestaan, maar krijgen een duidelijkere werkvoorwaarde. Voor wie geboren is vanaf 1970 komt er een drempel van 5.000 effectief gewerkte of gelijkgestelde dagen om recht te hebben op het gewaarborgd minimumpensioen. Voor wie vóór 1970 is geboren, gelden overgangsmaatregelen.

    Ziektedagen telden tot nu toe slechts gedeeltelijk mee. Vanaf 2026 worden afwezigheidsperioden voor medische redenen volledig gelijkgesteld met gewerkte dagen. Klassieke werkloosheid, SWT en niet-gewerkte dagen in een landingsbaan tellen hier niet mee.

     

    3.

    Wat verandert specifiek voor werknemers?

    Werknemers voelen de hervorming vooral in de berekening van hun pensioenbedrag, maar ook in hun vroegst mogelijke pensioendatum via de nieuwe loopbaanvoorwaarden. Dit hangt af van de duur en de reden van inactiviteit. Wie af en toe ziek is of tijdelijk werkloos is (waarbij het arbeidscontract blijft bestaan), merkt er amper iets van. Wie langer werkloos is, in SWT of op de landingsbaan zit, ziet zijn pensioenbedrag wel lager uitvallen. Maar wie in een landingsbaan doorwerkt tot de wettelijke pensioenleeftijd, zal dit niet voelen.

    Vanaf 2027 tellen periodes van werkloosheid en eindeloopbaan (zoals SWT en landingsbanen) nog beperkt mee in de pensioenberekening. Het maximum hangt af van je geboortejaar: 100% voor wie geboren is in 1960 of eerder, 40% voor 1961 tot en met 1964, en daarna telkens 5 procentpunten minder per geboortejaar tot 20% voor wie geboren is in 1968 of later. Daarnaast wordt voor werkloosheid en landingsbanen die plaatsvinden vanaf februari 2025 gerekend met een beperkt fictief loon, maar enkel voor pensioenen die ingaan vanaf 2027. Ziekte, tijdelijke werkloosheid en zorgverlof blijven gerekend worden op het normale fictieve loon (een bedrag gebaseerd op je laatstverdiende loon).

    Wie na een arbeidsongeval of beroepsziekte geleidelijk hervat, wordt bovendien beschermd. De Federale Pensioendienst rekent dan verder met je loon van vóór de ziekteperiode, zodat je pensioen niet lager uitvalt door een deeltijdse werkhervatting.

     

    4.

    Wat verandert specifiek voor zelfstandigen?

    Voor zelfstandigen zijn gelijkgestelde periodes sowieso al beperkter. Werkloosheid, SWT en landingsbanen bestaan niet in het zelfstandigenstelsel. Wel telt het overbruggingsrecht mee, met een maximum van 4 kwartalen over je hele loopbaan.

    Voor de zelfstandige geldt vandaag al dat hij 2 kwartalen sociale bijdragen moet hebben betaald (156 dagen) opdat zijn loopbaanjaar in aanmerking komt voor vervroegd pensioen. De nieuwe 156-dagenregel verandert dus voor de loopbaanjaren als zelfstandige in de praktijk weinig, omdat zelfstandigen met kwartalen rekenen (zie hieronder). De overige maatregelen gelden wel: de 60/42-regel, de malus, de bonus en het gewaarborgd minimumpensioen.

    Voor zelfstandigen wordt de loopbaan berekend in kwartalen in plaats van in dagen. Zo komt 156 dagen overeen met 2 kwartalen en 234 dagen met 3 kwartalen.

     

    5.

    Wat verandert specifiek voor ambtenaren?

    Ambtenaren vormen een apart verhaal. De nieuwe 156-dagenregel, de malus en de nieuwe bonus gelden ook voor ambtenaren. Daarbovenop komen er specifieke wijzigingen.

     

    Alle preferentiële loopbaanbreuken naar 1/60

    Vandaag hebben bepaalde ambtenaren een gunstigere loopbaanbreuk, zoals 1/55, 1/50 of 1/48. Vanaf 1 januari 2027 worden alle preferentiële loopbaanbreuken vervangen door de standaardbreuk 1/60. Voor diensten tot en met 2026 blijft de oude breuk gelden. Alleen voor diensten vanaf 2027 geldt de nieuwe breuk.

     

    Afschaffing verhogingscoëfficiënt 1,05

    De verhogingscoëfficiënt van 1,05 wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Die afschaffing geldt ook voor loopbaanjaren die vóór 2027 werden opgebouwd. Dankzij deze coëfficiënt konden ambtenaren met een gunstige loopbaanbreuk sneller voldoen aan de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen.

    Alleen leerkrachten in het kleuter-, lager en middelbaar onderwijs, politiemedewerkers in het operationeel kader en brandweerlieden in de brandbestrijding behouden een voordeel. Ook ambtenaren in zogenaamde "actieve diensten" behouden dit voordeel bij de berekening van de vroegste pensioendatum.

    Dit omvat onder andere postbodes, douaniers, loodsen en luchtverkeersleiders. Voor hen daalt de coëfficiënt geleidelijk van 1,05 naar 1,025 tegen 2031.

     

    Verlenging termijn referentiewedde vanaf 2027

    Vandaag wordt de referentiewedde berekend op basis van de gemiddelde baremieke wedde (het loon volgens de loonschaal, los van premies) van de laatste tien dienstjaren (of vijf dienstjaren voor wie vóór 1962 is geboren). Voor rustpensioenen vanaf 1 januari 2027 wordt dat aantal jaren stelselmatig opgetrokken tot 45 jaar in 2042 (voor wie vanaf 1997 is geboren). Hoeveel jaren precies in aanmerking worden genomen, hangt af van het geboortejaar.

     

    Beperking van disponibiliteit en loopbaanonderbreking

    Perioden van eindeloopbaan, zoals disponibiliteit (een eindeloopbaanregeling voor ambtenaren), tellen vanaf 1 januari 2027 nog voor maximaal 24 maanden mee. Loopbaanonderbrekingen vanaf 2027 tellen niet meer mee, behalve het RVA-eindeloopbaanstelsel vanaf 60 jaar en thematische verloven.

     

    6.

    Wat verandert er voor gemengde loopbanen?

    Heb je in meerdere stelsels gewerkt, bijvoorbeeld als werknemer en zelfstandige, of als werknemer en ambtenaar? Dan bouw je pensioenrechten op in elk stelsel afzonderlijk en krijg je later een pensioenbedrag uit elk stelsel. Dat blijft zo na de hervorming.

    Voor de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen (42, 43 of 44 jaar) en de 156- en 234-dagenregel worden je jaren over de stelsels heen opgeteld. Let wel: door de eenheid van loopbaan telt je totale loopbaan over alle stelsels samen mee voor maximaal één volledige loopbaan.

     

    7.

    Wanneer weet je je persoonlijke situatie?

    Je persoonlijke situatie wordt stap voor stap zichtbaar op mypension.be. De meeste maatregelen gaan in op 1 januari 2026 of 1 januari 2027. Volgens de Federale Pensioendienst is de volledige impact van de hervorming op je dossier pas vanaf de zomer van 2027 op mypension.be te raadplegen. In de tussentijd toont mypension tijdelijk niet alle gegevens in de raming. Tot dan blijven de cijfers gebaseerd op de huidige regels.

     

    8.

    Wat onthoud je?

    De hervorming raakt vooral wie nog jaren te gaan heeft en vervroegd wil stoppen. Wie al met pensioen is, voor 2027 vervroegd vertrekt, tot zijn wettelijke pensioenleeftijd doorwerkt of grotendeels voltijds heeft gewerkt, voelt er minder van. Voor alle anderen komen er strengere drempels voor vervroegd pensioen, een pensioenmalus en striktere regels voor werkloosheid en eindeloopbaan.

     

    Deel dit artikel