De deelnemers aan het debat:
- Alexia Bertrand, fractieleider van Anders in het Federaal Parlement en voormalig minister en staatssecretaris
- Pierre Devolder, professor-emeritus aan de UCL en lid van de Academische Raad voor de Pensioenen
- Bruno Colmant, econoom, auteur en voormalig CEO van Bank Degroof Petercam en voormalig voorzitter van de Brusselse beurs
- Philip Verhelst (moderator), National Sales Director bij NN
Hervormen is nodig
Over de noodzaak van een pensioenhervorming bestond weinig discussie. De vraag was niet óf er moet worden ingegrepen, maar waarom dat zo lang is uitgesteld en of de huidige hervorming volstaat.
Alexia Bertrand liet er weinig twijfel over bestaan dat een hervorming een must is: “Anders zal de volgende generatie geen wettelijk pensioen meer hebben.” Ze wees erop dat het prijskaartje van de pensioenen tussen 2020 en 2028 met 30 miljard euro zal stijgen tot 80 miljard euro. Tegelijk noemde ze de huidige aanpassingen geen historische hervorming. “De impact gaat maar over 1,6% van het BBP. Er wordt gewoon verder gebouwd op de aanpassingen die al in de vorige regering beslist waren.”
Vandaag wordt nog maar de helft van de sociale uitkeringen gefinancierd door sociale bijdragen, terwijl de andere helft van belastingen komt.
- Bruno Colmant
Bruno Colmant bracht de discussie meteen naar een breder niveau. Volgens hem liggen er meerdere oorzaken aan de basis van de pensioenproblematiek. De levensverwachting is fors gestegen, waardoor mensen veel langer pensioen ontvangen dan vroeger. Daarnaast wees hij op een financieringsmodel dat scheefgegroeid is. “Zo wordt vandaag nog maar de helft van de sociale uitkeringen gefinancierd door sociale bijdragen, terwijl de andere helft van belastingen komt.” Voor Colmant kun je de sociale zekerheid dan ook niet hervormen zonder tegelijk fiscaliteit en financieringsbronnen te herbekijken.
Pierre Devolder voegde nog een andere dimensie toe. Volgens hem is hervorming niet alleen nodig om budgettaire redenen, maar ook omdat het systeem veel ongelijkheden bevat en steeds minder transparant is. “Niemand snapt het systeem nog, met het risico dat het vertrouwen erin afneemt. Net daarom is er nood aan een duidelijk doel en een visie op lange termijn.”
Ook langer werken is een noodzaak
Ook de hervorming van de pensioenbonus kwam op tafel. Daar ging het niet alleen over de logica van langer werken, maar ook over de vraag of de arbeidsmarkt daar vandaag wel klaar voor is.
Pierre Devolder noemde het nieuwe systeem “een echt bonus-malussysteem” en vond de logica erachter verdedigbaar. “Wie langer werkt, krijgt meer pensioen. Het is logisch opgebouwd, net zoals in andere landen.” Tegelijk zag hij ook een duidelijke beperking: het systeem vertrekt van één uniforme pensioenleeftijd en houdt onvoldoende rekening met verschillen in levensverwachting naargelang sociale omstandigheden.
Bruno Colmant legde de vinger op een tweede pijnpunt. Het bereiken van de pensioenleeftijd roept volgens hem twee vormen van angst op: de vraag of mensen wel in staat zijn om te blijven werken tot aan hun pensioen, en de vraag of het systeem in de toekomst nog gedragen zal worden door jongeren. Hij wees ook op een zeer concrete realiteit: “Het is allesbehalve eenvoudig om op de leeftijd van 57 of 58 jaar nog werk te vinden.” Precies daarom vindt hij het jammer dat er geen duidelijke en positieve fiscale maatregelen bestaan die bedrijven stimuleren om oudere werknemers langer aan het werk te houden.
De arbeidsmarkt moet dus mee hervormd worden, vond ook Pierre Devolder. Volgens hem is het vandaag niet optimaal om te werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. “Meer nog, je verliest zelfs geld. Het systeem beloont mensen die vroeger stoppen. De voorgestelde bonus-malusregeling zou dit moeten verhelpen.” Een systeem van deeltijdse pensioenen zou volgens hem ook een stap in de goede richting zijn.
Opwaardering tweede pijler is essentieel
Als er één thema was waarover duidelijk frustratie klonk, dan wel de tweede pensioenpijler. Terwijl het aanvullend pensioen voor veel mensen almaar belangrijker wordt, blijft een echte doorbraak uit.
Alexia Bertrand was daar scherp voor. “Er wordt in de huidige hervorming van 1.300 bladzijden geen woord gerept over die tweede pijler.” Ze verwees naar het overleg met de sociale partners, maar voegde eraan toe dat ze vreest dat een verdere opwaardering niet meer gerealiseerd zal worden tijdens deze legislatuur. Tegelijk is de financieringsvraag allesbehalve eenvoudig, want het is niet de bedoeling dat de loonkost verder stijgt.
Ook Bruno Colmant waarschuwde voor het effect van politieke twijfel en wisselende regels op het vertrouwen in het systeem. Omdat de pensioenregels vaak gewijzigd worden en sociale voordelen systematisch dalen, hebben volgens hem alsmaar minder jongeren vertrouwen in het pensioenstelsel. Wie dan ook nog heffingen op tweedepijlerpensioenen invoert of verhoogt, versterkt dat wantrouwen alleen maar. Het gevolg is volgens hem dat jonge mensen meer naar de vierde pijler grijpen, terwijl daar net het solidariteitselement ontbreekt dat aan de basis ligt van de sociale staat.
We moeten af van de schizofrenie over de tweede pijler, die vaak tegelijk als noodzakelijk en als asociaal beschouwd wordt.
- Pierre Devolder
Pierre Devolder verwoordde het misschien nog het scherpst: “We moeten af van de schizofrenie over de tweede pijler, die vaak tegelijk als noodzakelijk en als asociaal beschouwd wordt.” Als het wettelijk pensioen op termijn nog maar 40 tot 50% van het inkomen vervangt, dan is het volgens hem logisch dat mensen ook een tweede pijler nodig hebben die bijvoorbeeld goed is voor nog eens 20% van het inkomen, aangevuld met de derde en vierde pijler.
Maar daar wringt het net. Zodra het debat verschuift naar harmonisatie van de verschillende stelsels, wordt het politiek bijzonder gevoelig. Pierre Devolder bracht op zijn beurt Ierland als voorbeeld aan, waar een verplichte tweede pijler bestaat met bijdragen van 7 à 8%. Dat noemde hij veel zinvoller dan een tweede pijler met bijdrageniveaus die “veel te weinig voorstellen”.
Voor Alexia Bertrand is de huidige hervorming op dat vlak dan ook een gemiste kans. Pierre Devolder erkende dat er wel beweging is, maar bleef op zijn honger zitten. “We proberen iedereen wat tevreden te houden door kleine chirurgische ingrepen. Opnieuw, we missen een globale visie.”
Nieuwe breuklijn op komst?
Een interessante discussie ontstond rond de vraag of de overheid op termijn het wettelijk pensioen zou verminderen voor mensen die al een sterke tweede pijler hebben opgebouwd. Pierre Devolder wilde daar niet te veel geloof aan hechten. “Ik denk niet dat we in dergelijke fantasieën moeten geloven. Ik hoop alleszins dat geen enkele politieke partij hieraan denkt.”
Bruno Colmant toonde zich minder gerust. Hij vermoedt dat België langzaam kan evolueren naar een systeem waarbij belastingplicht en sociale bijdrageplicht minder van elkaar losstaan. “Zodra die entiteit er is, kunnen de sociale voordelen dan gemodelleerd worden naar het belastbaar inkomen. Dit idee werd eerder al geopperd door Bruno Tobback.”
Vrouwen worden benadeeld
Een ander belangrijk thema was de ongelijke pensioenopbouw tussen mannen en vrouwen. Daarbij ging het niet alleen over cijfers, maar ook over de manier waarop deeltijds werken, zorgarbeid en loopbaanonderbreking vandaag doorwerken in pensioenrechten.
Werk je halftijds en moet je een dag naar de begrafenis van je tante of naar de dierenarts met je hond? Dan ben je die dag kwijt en telt dat loopbaanjaar niet mee. Er zijn wel vijf pechdagen, maar dat is veel te weinig. Ik vind dat onrechtvaardig. Die grens van 156 dagen zou een gemiddelde moeten zijn.
- Alexia Bertrand
Alexia Bertrand wees op een realiteit die veel vrouwen rechtstreeks treft. “Het is een gegeven dat vrouwen onrechtstreeks getroffen worden in de pensioenberekening, bijvoorbeeld omdat gemiddeld meer vrouwen deeltijds werken dan mannen. Het gaat over 40% tegenover 12%.” Ze maakte het ook concreet aan de hand van de regels rond loopbaanjaren. “Voor bepaalde pensioenrechten moet je 35 jaar loopbaan aantonen, waarbij elk jaar minstens 156 gewerkte dagen telt. Dat aantal stemt overeen met elke werkdag in een halftijds regime. Dat is niet realistisch. Werk je halftijds en moet je een dag naar de begrafenis van je tante of naar de dierenarts met je hond? Dan ben je die dag kwijt en telt dat loopbaanjaar niet mee. Er zijn wel vijf pechdagen, maar dat is veel te weinig. Ik vind dat onrechtvaardig. Die grens van 156 dagen zou een gemiddelde moeten zijn.”
Pierre Devolder legde het probleem nog op een andere manier bloot. “Als binnen een koppel beslist wordt dat één partner minder gaat werken om voor de kinderen te zorgen, dan is dat een gezamenlijke keuze.” Toch komt de pensioenimpact in veel systemen vooral terecht bij de partner die zorg opneemt. “Doorgaans is dat de vrouw. Dat voelt onrechtvaardig aan.” Hij verwees naar Zwitserland, waar dat volgens hem gedeeltelijk wordt gecorrigeerd, wat het systeem op dat punt evenwichtiger maakt.
Wat met het kapitaal op 67?
Het debat eindigde niet bij de pensioenopbouw zelf, maar bij een minstens even relevante vraag: wat moeten mensen doen met het kapitaal dat ze opgebouwd hebben wanneer ze op 67 jaar met pensioen gaan?
Pierre Devolder maakte duidelijk dat die vraag alsmaar belangrijker wordt. “Omdat het wettelijk pensioen systematisch daalt, zullen de pensioenen uit de tweede, derde en vierde pijler nodig zijn om te overleven.” Volgens hem is er nood aan nieuwe financiële verzekeringsproducten die burgers helpen om hun kapitaal te spreiden over de duur van hun leven.
Ook Bruno Colmant zag daar een duidelijke opdracht. “We hebben inderdaad nieuwe financiële of verzekeringsproducten nodig, bijvoorbeeld om de kosten voor zorg en bijstand te dekken.” Volgens hem moeten zulke oplossingen beschikbaar zijn vanaf het moment dat kapitalen uit de tweede en derde pijler vrijkomen.
Wil je sparen voor een aanvullend pensioen? Neem dan zeker contact op met je verzekeringsmakelaar.