Hoeveel pensioen krijg je als werknemer?

Steeds meer werknemers vragen zich af hoeveel pensioen ze later zullen krijgen. Wat mag je verwachten, hoe wordt je pensioen berekend en wat verandert er door de pensioenhervorming 2025-2029? Hieronder zetten we het helder op een rij.

bbm_519518019_20.jpg
In dit artikel

    Hoe wordt het pensioen van een werknemer berekend?

    Het werknemerspensioen wordt berekend op basis van drie elementen: de duur van je loopbaan, de lonen die je verdiende en je gelijkgestelde periodes (die meetellen voor zowel je loopbaan als je pensioenbedrag). Daarnaast hangt het bedrag af van je gezinssituatie: een gezinspensioen bedraagt 75% en een alleenstaandenpensioen 60%.

    De duur van je loopbaan

    Een volledig pensioen is gebaseerd op 45 loopbaanjaren. Werk je minder jaren, dan wordt je pensioen evenredig verminderd. Bij 38 loopbaanjaren wordt je pensioen bijvoorbeeld berekend met de breuk 38/45. Elk loopbaanjaar telt namelijk voor 1/45 van je pensioen.

    De lonen die je verdiende

    Het loon dat je tijdens je loopbaan verdiende, bepaalt mee de hoogte van je pensioen: hoe hoger je loon, hoe hoger je pensioen. De lonen worden wel geplafonneerd. Boven een bepaald grensbedrag tellen ze niet meer mee in de berekening.

    Je gelijkgestelde periodes

    Niet alleen effectief gewerkte dagen tellen mee voor de berekening van je pensioenbedrag. Gelijkgestelde periodes zijn periodes waarin je niet werkt, maar die toch als ‘gewerkt’ meetellen, zoals ziekte of werkloosheid. Door de pensioenhervorming verandert dit vanaf 1 januari 2027: periodes van klassieke werkloosheid, SWT (het vroegere brugpensioen) en landingsbaan tellen samen nog beperkt mee in je pensioenberekening. Van die periodes telt nog een maximumpercentage mee, afhankelijk van je geboortejaar: van 100% voor wie geboren is in 1960 of eerder tot 20% voor wie geboren is in 1968 of later. Ziekte, tijdelijke werkloosheid en thematische verloven en tijdskrediet met motief blijven wél volledig meetellen.

     

    Hoeveel bedraagt het wettelijk pensioen van een werknemer?

    Volgens cijfers van PensionStat (2025) krijgt een werknemer gemiddeld een brutopensioen van € 1.714 per maand. Dat ligt onder het gemiddelde van een ambtenaar (€ 3.588), maar hoger dan dat van een zelfstandige (€ 1.243).

     

    Hoeveel bedraagt het minimumpensioen voor een werknemer?

    Volgens de Federale Pensioendienst bedraagt het gewaarborgd minimumpensioen bij een volledige loopbaan van 45 jaar op 1 maart 2026 € 2.305,44 bruto per maand voor een gezin en € 1.844,93 bruto per maand voor een alleenstaande. Het gewaarborgd minimumpensioen is het minimumbedrag dat je krijgt wanneer de gewone berekening lager uitvalt.

    Aan dit minimumpensioen hangen wel voorwaarden vast. Je moet voor een voltijds minimumpensioen:

    • een loopbaan van minstens twee derde van een volledige loopbaan hebben, wat voor bijna iedereen neerkomt op 30 loopbaanjaren;
    • in elk van die loopbaanjaren minstens 208 dagen tellen;
    • over je volledige loopbaan minstens 5.000 dagen effectief gewerkt hebben als je na 1970 geboren bent. Voor wie ouder is, gelden overgangsmaatregelen.

    Heb je geen volledige loopbaan van 45 jaar, dan wordt het minimumpensioen proportioneel berekend. Bij een loopbaan van 35 jaar krijg je bijvoorbeeld 35/45 van het bedrag.

    Simuleer hoeveel je nodig hebt bovenop je wettelijk pensioen >

     

    Wat verandert de pensioenhervorming 2025-2029 nog voor werknemers?

    De pensioenhervorming is definitief: het federaal parlement keurde de Pensioenwet goed op 28 mei 2026 en publiceerde ze op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad. Naast de strengere gelijkstelling van werkloosheid en eindeloopbaan (zie hierboven) raken vooral de voorwaarden voor vervroegd pensioen en een nieuwe malus en bonus de werknemers. De meeste maatregelen gaan in op 1 januari 2027. Voor een volledig overzicht kan je terecht bij de Federale Pensioendienst.

    Strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen

    Vanaf 1 januari 2027 telt een loopbaanjaar pas mee voor de bepaling van de loopbaanvoorwaarde voor je vervroegd pensioen als je dat jaar minstens 156 dagen hebt gewerkt of gelijkgesteld bent (vroeger 104 dagen). Daarnaast komt er een nieuwe mogelijkheid om al op 60 jaar te vertrekken, na 42 loopbaanjaren met telkens minstens 234 effectief gewerkte dagen. Ook de regels rond gelijkgestelde periodes zijn strenger geworden. De wettelijke pensioenleeftijd zelf verandert niet: die steeg al naar 66 jaar in 2025 en wordt 67 jaar in 2030.

    Welke gelijkgestelde periodes tellen mee? Lees er hier meer over >

    Een pensioenmalus en een pensioenbonus

    Wie vanaf 1 januari 2027 vervroegd met pensioen gaat, kan een pensioenmalus krijgen: een blijvende procentuele verlaging van het maandbedrag. Die malus wordt niet toegepast als je 35 loopbaanjaren van minstens 156 dagen én 7.020 gewerkte en gelijkgestelde dagen over je hele loopbaan haalt. Werk je net langer dan de wettelijke pensioenleeftijd, dan kan je vanaf 2026 omgekeerd een pensioenbonus opbouwen.

    Lees meer over wat de pensioenhervorming 2025-2029 voor jou verandert >

    Zal je pensioen als werknemer volstaan?

    Het pensioen van werknemers kan te laag liggen om je levensstandaard volledig te behouden. Of je pensioen volstaat, hangt af van je inkomen, uitgaven, vermogen en gezinssituatie. Er bestaan meerdere manieren om je pensioen aan te vullen.

    Bereid je voor op een langere pensioenperiode >

     

    Zo vul je als werknemer je pensioen aan

    Je wettelijk pensioen kan aangevuld worden via de tweede pijler (groepsverzekering), de derde pijler (fiscaal sparen) en je eigen middelen.

    Tweede pijler: de groepsverzekering

    Voor veel werknemers is de tweede pijler een belangrijke aanvulling op hun pensioen. Een groepsverzekering is een aanvullend pensioen dat aan je beroepsactiviteit gekoppeld is. Of je een groepsverzekering hebt, beslist je werkgever: hij bepaalt autonoom of hij er een invoert. Doet hij dat, dan sluiten alle werknemers die aan de voorwaarden voldoen in principe verplicht aan. Werknemers krijgen zo een waardevolle aanvulling op hun wettelijk pensioen, terwijl werkgevers kunnen genieten van fiscale voordelen.

    Meer over de voordelen van een groepsverzekering >

    Derde pijler: fiscaal sparen

    Als werknemer kan je je pensioen ook aanvullen via de derde pijler: pensioensparen en langetermijnsparen. Beide leveren je vandaag, mits de voorwaarden vervuld zijn, een belastingvoordeel op én extra kapitaal voor later. Of deze oplossingen bij je passen, hangt af van je persoonlijke situatie, je doelstellingen en je risicoprofiel.

    Vierde pijler: je eigen middelen

    Net als zelfstandigen en ambtenaren kan je als werknemer ook rekenen op de vierde pijler, je eigen middelen: vrij sparen of beleggen zonder fiscaal voordeel (bijvoorbeeld via spaarrekeningen, obligaties of aandelen) en ook het bezit van een eigen woning. Of deze oplossingen bij je passen, hangt af van je financiële en persoonlijke situatie.

     

    Heb je vragen over je pensioen als werknemer? Je makelaar bekijkt je situatie en geeft je persoonlijk advies >

     

    Deze informatie is algemeen van aard en houdt geen rekening met je persoonlijke situatie. Voor gedetailleerde informatie of een persoonlijke raming van je pensioen raadpleeg je de Federale Pensioendienst of mypension.be. Voor advies op maat kan je terecht bij je makelaar of een professionele adviseur.

     

    Deel dit artikel