Wat veranderde er op 1 januari 2017?

Het jaarbegin is niet alleen de periode van de nieuwjaarswensen, maar traditioneel ook het teken van de invoering van tal van veranderingen. Wat krijgen we dit jaar voorgeschoteld? Naast de meer gebruikelijke prijsstijgingen voor iedereen (water, elektriciteit, enz.) zijn er een aantal veranderingen voor specifieke doelgroepen.

Voor ondernemers 

De faillissementsverzekering wordt uitgebreid naar een overbruggingskrediet. Tot nu toe kon een zelfstandige hierop beroep doen als hij failliet verklaard werd of noodgedwongen de deuren moest sluiten. Voortaan hebben ook zelfstandigen die om economische redenen hun activiteit stopzetten hier recht op. Het gaat om een sociaal recht waarop de zelfstandige automatisch recht heeft via zijn socialeverzekeringsfonds.

Studenten-ondernemers die ingeschreven zijn in een onderwijsinstelling krijgen een volwaardig statuut en, indien hun inkomens onder een bepaalde grens liggen, betalen ze minder sociale bijdragen.

Zelfstandigen betalen voortaan een (klein) beetje minder sociale lasten. Het tarief hiervoor daalt namelijk van 21,5 naar 21%.

Het belastingvrij geld halen uit een vennootschap via interne meerwaarden is niet meer mogelijk. Vanaf dit jaar worden deze meerwaarden belast via het tarief van de roerende voorheffing.

Voor beleggers

Deze roerende voorheffing stijgt nu juist van 27 naar 30%.  Dit is de belasting die onder andere betaald moet worden op een liquidatiebonus, de uitkering van een dividend of de rente op een kasbon.

Via een buitenlandse makelaar gaan om de beurstaks te ontwijken, zal ook niet meer kunnen. In dit geval moet vanaf nu ook de beurstaks betaald worden. De maximumbedragen voor de beurstaks worden eveneens verdubbeld. Dit maximum bedraagt voortaan 1.600 euro voor aandelen, 1.300 euro voor obligaties en 4.000 euro voor beleggingsfondsen.

De speculatietaks wordt afgeschaft. De voornaamste reden hiervoor was dat de inkomsten tegenvielen en dat hij een negatieve invloed had op de taks op de beursverrichtingen. Wie zijn aandelen, opties of warrants binnen de zes maanden na aankoop weer verkoopt, zal dus geen 33 percent belastingen op de meerwaarde meer moeten betalen.

Voor werknemers 

De minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen wordt opgetrokken naar 62,5 jaar, op voorwaarde dat men een loopbaan heeft van minstens 41 jaar. Wie 42 jaar gewerkt heeft, kan op 61 jaar met vervroegd pensioen, wie 43 jaar gewerkt heeft, op 60 jaar.

Werknemers van bedrijven in herstructurering of mensen met een zwaar beroep moeten voortaan 57 jaar oud zijn om aanspraak te kunnen maken op een eindeloopbaantijdskrediet, beter bekend als landingsbaan.

Werknemers die na een volledige loopbaan van 45 jaar een minimumpensioen ontvangen, zien dit pensioen lichtjes stijgen: 1.176,91 euro per maand voor een alleenstaande en 1.470,67 euro voor een gezinspensioen.

De bedienden uit het aanvullend paritair comité 200 – en dat zijn er bijna een half miljoen - krijgen door de jaarlijkse indexering een loonsverhoging met 1,13 percent. Ook arbeiders en bedienden uit de voedingssector, de horeca en de transportsector hebben recht op een gelijkaardige loonsverhoging.

Wie een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, zal op het privégebruik ervan zwaarder belast worden. Het belastbare voordeel stijgt met 1 tot 3%. Ook tankkaarten voor bedrijfswagens worden zwaarder belast.