Tijdskrediet: welke zijn de laatste wijzigingen?

Het concept van "loopbaanonderbreking" - in de ruime zin en voor iedereen - dateert van midden de jaren '80. Eind 2001 kwam er een hervorming en werd het begrip tijdskrediet ingevoerd. Dit is het systeem dat de werknemers uit de privésector de mogelijkheid biedt om hun arbeidsprestaties voor een bepaalde tijd volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Ze zijn wel tijdens hun afwezigheid beschermd tegen ontslag en kunnen dus, na het verstrijken van de termijn, weer voltijds aan het werk. Maar ook hier zijn grondige veranderingen op til. De sociale partners hebben inderdaad midden december 2016 een overeenkomst bereikt over een update van de cao 103ter die het tijdskrediet regelt. Opgelet : het is nog mogelijk dat de sociale partners wijzigingen aanbrengen in de teksten met de voorziene veranderingen. De cao moet op 1 april 2017 in voege treden. Deze update paste in het kader van het plan ‘wendbaar werkbaar werk’ van federaal minister van Werk Peeters. Wat werd juist overeengekomen?

Het tijdskrediet zonder motief verdwijnt

Er bestaan - of liever, bestonden - twee soorten tijdskrediet : tijdskrediet met en zonder motief. Tijdskrediet zonder motief was het recht voor een werknemer om zijn activiteit te beperken zonder een reden te moeten opgeven. Vaak werd dit gebruikt door mensen om een droom te verwezenlijken, een wereldreis te maken, een eigen huis op te knappen, enz. De laatste jaren werd echter reeds getracht de mensen te ontraden hiervan gebruik te maken. Vanaf 2012 werd een onderscheid gemaakt tussen tijdskrediet met en zonder motief, en sinds 2015 gaf tijdskrediet zonder motief geen recht meer op een onderbrekingsvergoeding en dus ook niet meer op een gelijkstelling met een gewerkte periode voor het pensioen. Eigenlijk stoorde dit niemand en kostte het ook niemand geld. Toch valt dit recht nu volledig weg.

Het tijdskrediet met motief wordt uitgebreid

Tijdskrediet met zorgmotieven (zorg voor een kind jonger dan 8 jaar of een gehandicapt kind jonger dan 21 jaar, palliatieve zorgen, zorg of bijstand aan een zwaar ziek kind of familielid tot in de tweede graad) was mogelijk tot 36 maanden (voor een kind jonger dan 8 jaar) of tot 48 maanden (voor een zwaar ziek minderjarig of gehandicapt kind). Nu wordt het tijdskrediet voor al deze motieven uitgebreid naar 51 maanden. Het tijdskrediet voor het volgen van een erkende opleiding blijft beperkt tot 36 maanden.

Voortaan zullen ook wettelijk samenwonenden tijdskrediet kunnen opnemen om te zorgen voor de kinderen of de ouders van hun partner. Er is ook vooruitgang voor wie twee deeltijdse jobs heeft. Tot nu toe kon iemand in dit geval geen aanspraak maken op tijdskrediet. Voortaan kan zo iemand wel een vijfde tijdskrediet met motief opnemen (idem voor een 1/5 landingsbaan).

Aan de landingsbanen – het eindeloopbaantijdskrediet voor bedienden en arbeiders tewerkgesteld bij een werkgever van de privésector aan het einde van hun loopbaan - wordt voorlopig niet geraakt.

Thematisch verlof ook uitgebreid

Een andere nieuwigheid betreft het thematisch verlof. Voortaan kunnen ouders gedurende 40 maanden 1/10 ouderschapsverlof opnemen. Tot nu toe kon dit vier maanden voltijds, acht maanden halftijds of 20 maanden aan een vijfde.