Scheiden en uw VAPZ. Waar heeft uw ex-partner recht op?

Als vooruitziende zelfstandige hebt u jarenlang bijdragen gestort voor een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), met de bedoeling om later over een appeltje voor de dorst te beschikken. Op persoonlijk vlak gaat het u minder voor de wind. Uw echtgenote en uzelf beslissen om te scheiden. Wat gebeurt er met uw VAPZ? Heeft uw vrouw recht op een gedeelte ervan? 

Rechtspraak

De concrete vraag luidt of een aanvullend tweedepijlerpensioen (groepsverzekering, VAPZ of IPT) als een gemeenschappelijk goed beschouwd moet worden of niet. Deze vraag heeft in de loop der jaren tot heel wat discussies en rechtspraak geleid. In 1999 kwam het Arbitragehof al tussen. In 2011 deed het Grondwettelijk Hof, de opvolger van het Arbitragehof, hierover een uitspraak. Het Hof oordeelde dat een groepsverzekering een gemeenschappelijk goed is bij echtgenoten die in gemeenschap van goederen getrouwd zijn. De uitkering van de groepsverzekering kunnen immers beschouwd worden als een onderdeel van de beroepsinkomsten, en die zijn automatisch gemeenschappelijk. Bij een echtscheiding moeten de voordelen hiervan dan ook verdeeld worden. Hoe dit dan praktisch moet gebeuren, is niet altijd even duidelijk.

Zijn de echtgenoten getrouwd in het stelsel van scheiding van goederen, dan is er geen discussie: een groepsverzekering is dan steeds een eigen goed.

Wetsontwerp-Turtelboom

In 2014 lanceerde toenmalig Minister van Justitie Turtelboom een wetsontwerp hieromtrent. Daarin stond dat een groepsverzekering (en dus ook een VAPZ of IPT) automatisch toebehoort aan de partner die ervoor gewerkt heeft. Blijft de andere partner dan sowieso in de kou staan? Neen, het wetsontwerp voorzag dat de groepsverzekering mee opgenomen kon worden in de berekeningen om het exacte onderhoudsgeld te bepalen. Wanneer een vrouw haar eigen loopbaanplannen opzijgezet heeft voor de carrière van haar man, en die een groepsverzekering genoot van zijn werkgever, dan kan zoiets mee verrekend worden in het onderhoudsgeld. Probleem is dat dit wetsontwerp nog niet omgezet is in wetgeving.

Conclusie

Vandaag zorgt deze problematiek nog steeds voor heel wat discussies. In de rechtspraak wordt doorgaans geoordeeld dat een groepsverzekering (en dus ook VAPZ of IPT) een gemeenschappelijk goed is. In dat geval zal de ex-partner, als beiden getrouwd waren in gemeenschap van goederen, dus recht hebben op een gedeelte van de opbrengst. Maar praktisch leidt dit nog steeds tot heel wat discussiepunten. Vaak wordt het VAPZ of IPT pas uitgekeerd rond de pensioenleeftijd. En wat moet er dan nu uitgekeerd worden als die pensioenleeftijd nog pakweg 20 jaar in de toekomst ligt?