Ons erfrecht: verplichting tot inbreng en berekening ervan

Een testament opstellen is nog altijd de beste en de veiligste manier om - binnen de perken van wat toegelaten is - zijn nalatenschap naar de juiste, gewenste personen te leiden. Daarenboven kan een testament op elk ogenblik aangepast of herroepen worden. Maar wat heeft het nieuwe erfrecht voorzien in verband met het testament? 

Wat betreft het opstellen van een testament, voorziet het nieuwe erfrecht geen veranderingen. Wij kunnen dus verwijzen naar onze eerdere artikels, en hoeven hier niet verder op in te gaan. We hebben echter gezien dat de wettelijke reserve van de kinderen herleid wordt tot de helft en dat de reserve van de ouders afgeschaft wordt. Dit biedt natuurlijk nieuwe perspectieven en meer vrijheid om zijn nalatenschap te verdelen.

Verplichting tot inbreng

In de huidige situatie, in het huidige erfrecht, wordt ervan uitgegaan dat de erflater die op een bepaald ogenblik een schenking doet, toch de bedoeling heeft uiteindelijk de gelijkheid tussen al zijn erfgenamen te behouden.  In het nieuwe erfrecht, na 2018, is dit niet meer het geval. De verplichting tot inbreng wordt beperkt tot de kinderen die erven.

  • Men gaat er vanuit dat, zelfs in geval van schenking aan één van de kinderen, de ouders alle kinderen nog altijd gelijk willen behandelen.  Wil de erflater één van zijn kinderen meer geven dan wat deze erfgenaam volgens de wet zou krijgen, dan moet hij expliciet vermelden dat het gaat om een schenking buiten erfdeel. 
  • In geval van schenking aan een andere wettelijke erfgenaam (langstlevende echtgenoot, wettelijk samenwonende partner, ouders, broers, zussen, enz.), gaat men er voortaan van uit dat de erflater deze erfgenaam wel degelijk wil bevoordelen. Deze erfgenaam heeft bijgevolg voortaan geen verplichting meer tot inbreng, dit wil zeggen geen verplichting meer de schenking te verrekenen met het erfdeel.

Berekening van de inbreng

Tot nu toe werd de waarde van de inbreng berekend op de dag van het overlijden van de erflater. In de toekomst wordt de waarde van de schenking in principe bepaald op de dag van de schenking (geïndexeerd tot aan de dag van het overlijden). Dit heeft het voordeel dat deze waarde duidelijk is en door alle erfgenamen gekend is. De inbreng gebeurt dus in waarde, in plaats van in natura. Dit geeft de begiftigde de zekerheid dat hij het goed zal kunnen behouden, wat tot nu toe niet altijd het geval was. Tot nu kon hij, indien berekend werd dat hij te veel ontvangen had, verplicht worden het goed zelf af te staan aan een benadeelde erfgenaam.