Ik werk nog en mijn partner overlijdt: heb ik recht op een pensioen?

Wij hebben nu de meeste gevallen in verband met het pensioen onderzocht. Er blijven wel toch nog enkele andere situaties, zoals het overlijden van de partner. Wat gebeurt er in zulk geval? Heb ik dan recht op een pensioen? Heeft de weduwe/weduwnaar recht op een pensioen van de overleden partner? 

De langstlevende partner kan inderdaad aanspraak maken op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering.

Het overlevingspensioen

Het overlevingspensioen wordt berekend op basis van de loopbaan van de overleden echtgenoot of echtgenote en bestaat voor alle statuten (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren).

De eerste voorwaarde om recht te hebben op een overlevingspensioen is dat men minstens een jaar getrouwd moet geweest zijn op het ogenblik van het overlijden. Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben hier dus geen recht op. Let wel, wanneer mensen trouwen, wordt de periode van wettelijk samenwonen die aan het huwelijk voorafgaat, meegerekend voor de berekening van de periode van één jaar. Indien er een kind uit het huwelijk is geboren of er een kind ten laste is waarvoor een van de echtgenoten kinderbijslag kreeg, dan is deze periode van één jaar niet nodig. De voorwaarde geldt evenmin als het overlijden het gevolg is van een beroepsziekte of een ongeval. Hoewel de rechten op een overlevingspensioen ambtshalve onderzocht worden, kan men een aanvraag indienen bij de Federale Pensioendienst.

In 2015 heeft dit pensioen een grondige hervorming ondergaan. Deze hervorming heeft enkel betrekking op langstlevende echtgenoten jonger dan 45 jaar op het ogenblik van het overlijden van hun partner en op overlijdens na 31 december 2014.  Het opmerkelijke aan het overlevingspensioen is dat de begunstigde zelf nog lang niet met pensioen moet zijn om ervan te genieten.

De scharnierleeftijd ligt - of juister - lag hier op 45 jaar in 2015. Omwille van de stijging van de gemiddelde levensduur, om een einde te maken aan een "inactiviteitsval" voor diegenen die nog de leeftijd hebben om te gaan werken en om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het vlak van sociaaleconomische kansen te bevorderen, wordt deze leeftijd, zoals de pensioenleeftijd, ook geleidelijk aangepast. Sinds 2015 wordt de leeftijd voor het overlevingspensioen elk jaar met zes maanden opgetrokken, om uiteindelijk op 50 jaar uit te komen.

De overgangsuitkering

Heeft de langstlevende echtgenoot de vereiste leeftijd nog niet bereikt op het ogenblik van het overlijden van zijn partner, dan heeft hij/zij recht op een overgangsuitkering. De overige toekenningsvoorwaarden voor de overgangsuitkering zijn dezelfde als voor het overlevingspensioen. Heeft het huwelijk geen jaar geduurd, dan heeft de langstlevende echtgenoot geen recht op een overgangsuitkering... maar wel op een tijdelijk overlevingspensioen gedurende 1 jaar, wat eigenlijk min of meer op hetzelfde neerkomt.
Indien de langstlevende echtgenoot de vereiste leeftijd niet heeft, dan wordt het overlevingspensioen wel toegekend en berekend, maar de uitbetaling wordt geschorst tot aan het rustpensioen.

De overgangsuitkering wordt slechts uitbetaald gedurende 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden. Deze periode wordt verdubbeld (tot 24 maanden opgetrokken), indien er op het moment van het overlijden een kind ten laste is, waarvoor één van de 2 echtgenoten kinderbijslag ontving of indien een kind geboren wordt binnen de 300 dagen na het overlijden. In geval van hertrouwen gedurende deze periode, wordt de uitkering geschorst.

De overgangsuitkering kan gecumuleerd worden met inkomsten uit een beroepsactiviteit, zonder beperking van de inkomsten. Men krijgt dit dus bovenop haar of zijn loon, zonder enige beperking of voorwaarde. Ze kan eveneens gecumuleerd worden met een vervangingsinkomen voor ziekte, invaliditeit, of werkloosheid... 

We kunnen hier niet alle mogelijke situaties en uitzonderingen vermelden, daarom moeten wij voor meer details verwijzen naar de website mypension.be.