Hoeveel fictieve rente moet je aangeven op een groepsverzekering?

Wie een groepsverzekering geniet via zijn of haar werkgever, kan bij de uitkering ervan kiezen voor een eenmalig kapitaal of een maandelijkse rente. Beide formules hebben voor- en nadelen. Wie kiest voor een rente-uitkering, moet jaarlijks een fictieve rente aangeven.

Een groepsverzekering voorziet in een pensioenkapitaal. Dat wordt uitgekeerd als de werknemer op de eindvervaldag van de groepsverzekering nog in leven is. Daarnaast bieden veel groepsverzekeringen een uitkering aan de begunstigden als de werknemer vóór de eindvervaldag van de groepsverzekering zou overlijden. Dat kan gaan om de uitkering van de reserve in het contract of om een apart overlijdenskapitaal.

De uitkering zelf hoeft niet onder de vorm van een kapitaal te gebeuren. Soms opteren begunstigden ervoor om een rente te krijgen. In dat geval speelt het systeem van de fictieve rente.

Twee scenario’s zijn mogelijk:

  • Het kapitaal wordt rechtstreeks uitbetaald onder de vorm van een rente. Dit kan als het pensioenreglement voorziet dat er enkel onder de vorm van een rente betaald kan worden of als de begunstigde de keuze heeft tussen een rente of een kapitaal (en hij kiest voor de rente). In beide gevallen gebeurt de taxatie op basis van het progressieve tarief. De rente wordt toegevoegd aan de andere beroepsinkomsten.

  • De uitkering wordt opnieuw geïnvesteerd onder de vorm van een rente. Dit kan als het pensioenreglement voorziet dat er enkel onder de vorm van een kapitaal betaald kan worden of als de begunstigde de keuze heeft tussen een rente of een kapitaal (en hij kiest voor het kapitaal).

    • belasting van het vestigingskapitaal volgens de hierboven vermelde regels (uitkering in kapitaal), en belasting van de roerende inkomsten van de rente tegen de aanslagvoet van 15% (+ gemeentebelasting), en ten belope van 3% van het afgestane kapitaal (art. 17, 4° en 20 WIB/92).