Hoe kunt u als werkgever blijven voldoen aan de WAP-verplichting?

Een aanvullend pensioen is voor werkgevers een extra troef om potentiële werknemers te overtuigen. Maar aan het toekennen van een aanvullend pensioen zijn ook heel wat regels en verplichtingen verbonden, zoals de rendementsgarantie. Hoe kunt u ervoor zorgen dat u als werkgever aan al deze verplichtingen blijft voldoen naar de toekomst toe?

Als uw bedrijf een aanvullend pensioen wil aanbieden aan personeelsleden, dan is vooral de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) belangrijk. Die legt de werkgever onder andere een minimale rendementsgarantie op voor de eigen stortingen, alsook voor de eigen bijdragen van de werknemer. Over die rendementsgarantie was de voorbije jaren veel te doen, omdat werkgevers vreesden de dupe te worden van de lage rentestanden. Als het rendement dat verzekeraars bieden onder de rendementsgarantie uitkwam, dan moet de werkgever immers bijpassen. Uiteindelijk werd de rendementsgarantie aangepast en is deze nu gelinkt aan het gemiddelde rendement van de Belgische staatsobligaties (OLO’s) op 10 jaar over de laatste 24 maanden. Concreet bedraagt de rendementsgarantie sinds 2016 1,75% en is ze van toepassing op de vaste premieplannen en de cash balance-plannen. De rente van 1,75% is in alle gevallen van toepassing op de persoonlijke bijdragen. Voordien was dit 3,25% op de werkgeversbijdragen en 3,75% op de werknemersbijdragen. Maar daarmee zijn niet alle zorgen voor werkgevers van de baan.

Tot en met 2015 boden de meeste verzekeraars in hun pensioenplannen een rendement (inclusief winstdeelname) dat overeenkomt met de rendementsgarantie. Voor 2016 zijn de rendementen nog niet bekend. Maar als het rendement van het pensioenplan toch lager ligt, dan zal de werkgever moeten bijpassen. Om dat scenario te vermijden, is het voor werkgevers aangewezen om in het kader van een collectief pensioenplan gedeeltelijk te investeren in tak 23. Enkel en alleen kiezen voor tak 21 geeft geen uitzicht meer op een rendement dat hoger is dan de inflatie. Tak 23 (gekenmerkt door meer dynamische beleggingsmogelijkheden en een lange beleggingshorizon) geeft u als werkgever meer mogelijkheden om tegemoet te komen aan uw rendementsverplichtingen.

Collectieve kapitalisatie biedt u als werkgever immers de mogelijkheid om het extra rendement uit de belegde patronale bijdragen te gebruiken voor de financiering van toekomstige stortingen. Dit principe wordt ook gehanteerd binnen een pensioenfonds. Bij individuele kapitalisatie gaat het overrendement naar de werknemer. In het kader van collectieve kapitalisatie zijn wel enkel defined benefit-plannen en cash balance-plannen mogelijk. Bij een cash balance-plan verbindt de werkgever zich ertoe bepaalde bijdragen te storten en een bepaald rendement te bieden. Gelet op de rendementsgarantie is elk vast premieplan een cash balance-plan, met als enige verschil dat de wetgever het te behalen rendement bepaalt en niet de werkgever.

Een pensioenplan in collectieve kapitalisatie in tak 23 is dan ook een alternatief om tegemoet te komen aan de WAP.


Meer weten over collectieve kapitalisatie voor KMO's?

Meer weten over collectieve kapitalisatie voor grotere ondernemingen?