Hoe groepsverzekering vergelijken met pensioensparen? 

U hebt het al vaak gehoord: voor een financieel zorgeloze oude dag bouwt men best zelf een aanvullend pensioen op. Dat kan met pensioensparen, maar kan ook via de werkgever (een groepsverzekering). We zetten beide formules naast elkaar.

Premiebetaling

Hier is al een wezenlijk verschil. Bij pensioensparen betaalt de begunstigde zelf de premies. Bij een groepsverzekering zijn er verschillende mogelijkheden: de werkgever betaalt de volledige premie, werkgever en werknemers betalen elk een gedeelte of de werknemer betaalt de volledige premie (wat eerder uitzonderlijk is).

Eindvervaldag

Doorgaans is de eindvervaldag voor beide contracten de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. In de toekomst zal de wettelijke pensioenleeftijd echter 67 jaar bedragen, terwijl de vervaldag 65 jaar is. Bestaat er een mogelijkheid om vóór 65 jaar (bv. vanaf uw 60ste) het kapitaal op te vragen, dan zal hiervoor meestal een extra kost aangerekend worden door de verzekeraar. Ook fiscaal is dit nadeliger. Het beste is dus om het geld te laten staat tot de wettelijke pensioenleeftijd.

Fiscaal voordeel

Zowel in het kader van het pensioensparen als van een groepsverzekering leveren de premies die men zelf betaalt (dus niet de werkgeversbijdragen in de groepsverzekering) een fiscaal voordeel op van 30% van de premie.

Kapitaal of rente

In beide gevallen kan de begunstigde (als de voorwaarden van het product van de verzekeraar dit toelaten) kiezen voor een uitbetaling onder de vorm van een kapitaal of een rente.

Rendement

Bij pensioensparen kan men kiezen tussen een formule met een gewaarborgd rendement, een formule met enkel kapitaalsgarantie of een formule waarbij het rendement afhangt van één of meerdere onderliggende beleggingsfondsen (tak 23). Opteert men voor deze laatste formule, dan bestaat wel het risico dat het kapitaal in slechte beurstijden afneemt in plaats van toeneemt.

Bij een groepsverzekering genieten de aangesloten werknemers bepaalde rendementsgranties. Die bedragen tot nu toe:

  • 3,75% op de werknemersbijdragen, ongeacht het type pensioenplan.
  • 3,25% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer.

De kans bestaat dat de verzekeraar achter de groepsverzekering een gewaarborgd rendement aanbiedt dat lager ligt dan deze genoemde rendementsgaranties. Als het door de verzekeraar gewaarborgde rendement + de winstdeelname op het einde van de rit lager uitvalt dan de rendementsgaranties voor de werknemer, dan moet de werkgever bijpassen.

De regering Michel I heeft in haar regeringsverklaring evenwel aangegeven dat het dit systeem wil aanpassen en dat de rendementsgaranties in de toekomst rekening zullen houden met de actuele rentes op de markt. Dit moet evenwel nog in de praktijk omgezet worden in nieuwe wetgeving.