Administratieve complicatie in zicht voor de btw-aangifte vanaf juli 2015

Sedert de invoering van de btw in ons land, in 1969, geldt er één basisdocument voor de btw-aangifte, nl. de factuur. Alle zelfstandigen en kmo's weten dit. Op basis van deze facturen wordt de btw aangegeven en kan deze gerecupereerd worden.

Nieuwe regels door de elektronische facturering, op Europees niveau
Door de invoering van de elektronische facturen werd er op Europees niveau beslist nieuwe regels toe te passen, onder meer om de zgn. btw-carrousels tegen te gaan. Het gaat hier om de Europese Factureringsrichtlijn. Deze Factureringsrichtlijn wilde vooral het gebruik van de e-factuur aanmoedigen door de regels inzake de vorm en de bewaring van de (e-)factuur te versoepelen.

En in ons land
Deze richtlijn werd in het Belgische recht omgezet door de wet op de e-facturatie. Deze wet veranderde echter ook de regels inzake de opeisbaarheid van de btw, waardoor er een verandering kwam in de bepaling van het moment waarop de leverancier de btw moest doorstorten aan de staat en wanneer de klant de btw in aftrek kon nemen.

Invoering van het "opeisbaar feit".
Na de invoering van deze wet is het niet meer de factuur die dat ogenblik bepaalt, maar wel het "opeisbaar feit". Hieronder verstaat men ofwel de levering van de goederen of de uitvoering van de diensten, ofwel de daadwerkelijke betaling, indien deze betaling voor de levering gebeurt. In elk geval betekent dit voor de boekhouders een grote verandering in de werkwijze en het maakt hen het leven veel ingewikkelder. Volgens het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB), zou het gaan om meer dan 1 miljoen werkuren meer, werkuren die ze niet onmiddellijk zullen durven doorrekenen aan de klanten!  De opname van dit opeisbaar feit betekent dus veel meer werk voor de boekhouders, zonder de minste toegevoegde waarde voor de onderneming.  Ook boekhoudprogramma's moeten aangepast worden, en dit gebeurt niet in 1,2,3. Deze programma's moeten niet alleen geschreven worden, iedereen moet er ook mee leren werken!

In vroege vanaf 1 januari 2013, maar...
Door deze wet moesten vanaf 1 januari 2013 de nieuwe regels van toepassing worden. Door de tussenkomst van de verenigingen voor de verdediging van de belangen van de zelfstandigen (o.m. Unizo) en de ondernemingen (VBO), werd de invoering een 1e maal uitgesteld tot 1 januari 2014, dan een tweede keer tot 1 januari 2015. In oktober laatstleden zijn dezelfde verenigingen en de boekhouders nogmaals gaan aankloppen bij de minister van Financiën. Deze heeft een nieuw uitstel gegeven, ditmaal tot 1 juli van dit jaar. Maar wat na 1 juli 2015?

De laatste jaren werden grote inspanning geleverd om de administratie en het contact van de burgers en de ondernemingen met de overheid te vereenvoudigen.  Deze nieuwe eis, zo klagen de beroepsmensen, gaat echter radicaal in de omgekeerde richting. Laten we hopen dat er snel een oplossing gevonden wordt, die voor alle partijen bevredigend is.