6 manieren om u als zelfstandige een loon uit te keren

bbm_gettyimages-490634955_super.jpg

Een loontrekkende krijgt traditioneel maandelijks zijn salaris op zijn rekening gestort. Een zelfstandige beschikt echter over een aantal extra mogelijkheden om zichzelf een loon uit te betalen of geld uit zijn vennootschap te halen.

1. Brutoloon

De eerste en meest voor de hand liggende manier is dat de zelfstandige zichzelf een brutoloon uitkeert. U wordt dan belast via de personenbelasting. U komt echter al snel in de hoogste belastingschijf terecht en betaalt daar 50% belastingen. Tel daarbij nog de gemeentebelasting en de sociale bijdragen …

Om die hoge belastingen te vermijden, keert een zelfstandige zich vaker een lager loon uit. Hij kan dit brutoloon op allerlei manieren evenwel aanvullen.

2. Dividend

Een van de manieren die zelfstandigen gebruiken om te ontsnappen aan de hoge belastingdruk op het brutoloon, is het uitkeren van een dividend. Op deze jaarlijkse winstdeelname betalen zelfstandigen minder belastingen, wat dus voordeliger uitkomt.

Uw vennootschap keert u een dividend uit, waarop ze dan vennootschapsbelasting betaalt. Het bedrag dat u in handen krijgt is een brutosom waar de roerende voorheffing, die 15% of 30% bedraagt, nog van wordt afgehouden. Normaal is de roerende voorheffing vastgesteld op 30%, in bepaalde gevallen (bij recent opgerichte vennootschappen of bij een inbreng na 1 juli 2013) betaalt u een verminderde voorheffing van 15%. Dankzij het zomerakkoord van vorig jaar is de eerste schijf van dividenden (tot € 640) vrijgesteld van roerende voorheffing. Dit levert een zelfstandige een belastingvoordeel op van € 192. Enkel dividenden uit aandelen komen hiervoor in aanmerking, dividenden uit beleggingsfondsen bijvoorbeeld niet.

Naast het dividend dat mogelijk op jaarlijkse basis wordt uitgekeerd, bestaat er ook nog het interim-dividend en het tussentijds dividend.

3. Aanleg van een liquidatiereserve

Een liquidatiereserve aanleggen is fiscaal vaak een stuk interessanter dan de uitkering van een dividend. Hoe gaat dit in zijn werk?

  • Op de winst van de vennootschap wordt eerst de vennootschapsbelasting toegepast.
    Bv. De vennootschap heeft € 100.000 winst. Verminderd met de vennootschapsbelasting (kmo-tarief van 20%) wordt dit € 80.000.
  • Om te becijferen welk bedrag maximaal aan liquidatiereserve aangelegd kan worden, moeten we dit bedrag vervolgens delen door 1,10. Dit wordt dan 80.000/1.1 = € 72.727,27.
  • De vennootschap betaalt 10% vennootschapsbelasting op het bekomen bedrag, nl. € 7.272,72.
  • Het saldo (€ 65.454,55) wordt als definitieve liquidatiereserve aangelegd.
  • Als de zelfstandige dit bedrag later (al dan niet gedeeltelijk) naar zijn privé wil overhevelen, dan bedraagt het tarief voor de roerende voorheffing:
    • 0% bij liquidatie van de vennootschap
    • 5% als hij minstens 5 jaar wacht
    • 20% als hij dat binnen de 5 jaar doet.

In de eerste twee scenario’s (overheveling na minstens 5 jaar of bij liquidatie) levert de aanleg van een liquidatiereserve netto veel meer op dan een dividend (a rato van 30% roerende voorheffing).

4. Aanvullend Pensioen

De zelfstandige kan als uitgestelde aanvulling op zijn brutoloon ook een beroep doen op een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), een Individuele Pensioentoezegging (IPT) (als hij een vennootschap heeft) of een Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ). Bij de wettelijke pensionering, of zodra de zelfstandige in aanmerking komt voor een vervroegd wettelijk pensioen, wordt het aanvullend pensioenkapitaal uitbetaald.

Bij een VAPZ is het rendement gewaarborgd . Dit wordt dan eventueel aangevuld met een winstdeelname. Bij een IPT en een POZ kan de zelfstandige kiezen voor een gewaarborgd rendement (tak 21) of een rendement dat gelinkt is aan beleggingsfondsen (tak 23).

5. Extralegale voordelen

Een zelfstandige kan zich door de vennootschap ook laten uitbetalen in de vorm van extralegale voordelen. Het toekennen van zo’n voordelen is voor de vennootschap fiscaal interessant, aangezien ze dit als beroepskost in vermindering kan brengen. Bovendien moet de zelfstandige bijvoorbeeld op een bedrijfswagen geen sociale bijdrage betalen, aangezien dit een voordeel in natura is.

Concreet zijn er drie soorten voordelen: kosten eigen aan de werkgever, sociale voordelen en voordelen van alle aard. Voor elk van de drie bestaat er een aparte fiscale regeling. Heel vaak komen die voordelen vanwege de belastingdruk op lonen voordeliger uit dan een verhoging van het brutoloon.

6. Vastgoed

Als zelfstandige kunt u via een vennootschap nog op een andere manier financieel een goede zaak doen, namelijk via een gesplitste aankoop van vastgoed. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vruchtgebruikconstructie, waarbij de vennootschap zelf het vruchtgebruik heeft en u als privépersoon de naakte eigendom verwerft. Als het vruchtgebruik afloopt, bijvoorbeeld na 20 jaar, dan wordt u volledig eigenaar van het aangekochte gebouw.

Het is trouwens ook mogelijk om een pensioenplan te gebruiken voor de aankoop, bouw of verbouwing van vastgoed onder de vorm van een voorschot of inpandgave.